Home

5 april 33, de opstanding
van de zonnegeest Christus uit het aardegraf

14 Nisan, van donderdagavond 2 april 33
tot vrijdagavond 3 april 33

De mensen die in 1582 de nieuwe kalender hebben uitgegeven, hadden een lijst van mogelijke sterfdagen van Christus. Ze hebben echter open gelaten op welke dag in het zonnejaar, en in welk kalenderjaar, deze 14 Nisan viel.

In 1912 maakte Rudolf Steiner bekend, dat op vrijdag 3 april 33 het bloed van Christus ter aarde stroomde: " An einem Freitag, am 3. April des Jahres 33, drei Uhr am Nachmittag fand das Mysterium von Golgatha statt. Und da fand auch statt die Geburt des Ich in dem Sinne, wie wir es oftmals charakterisiert haben. ... für alle Menschen."
Bron: Rudolf Steiner, "Der Anthroposophischer Seelenkalender und der Kalender 1912/1913“ und
“Erfahrungen des Übersinnlichen - Die Wege der Seele zu Christus“ (GA 143, Dornach 1970, S. 163, Köln 7. Mai 1983)

Ormond Edwards bevestigde deze datum als volgt: Pontius Pilatus heerste over Judea van 26 tot 36 na Chr. Op vrijdagmiddag 14 Nisan vond de kruisiging plaats. Tijdens zijn regeerperiode was alleen in de jaren 30 en 33 na Chr. 14 Nisan op een vrijdagmiddag.
Anderen, zoals Friedrich Westberg (1910) en J.K. Fotheringham (1934), waren langs andere wegen op de datum 3 april 33 gekomen.
Bron: Ormond Edwards "Chronologie des Lebens Jesu und das Zeitgeheimnis der drei Jahre", 1978, Verlag Urachhaus. Een vertaling van "A new chronology of the gospels" 1972.
Friedrich Westberg (1910) noemde eveneens de jaren 30 en 33, gaf de voorkeur aan 3 april 33 en berichtte dat Riess (1880) en anderen ook die datum berekend hadden. "Zur Neutestamentlichen Chronologie und Golgothas Ortslage", Deichert, Leipzig 1911

Elisabeth Vreede beschreef dat de volle maan op 3 april 33 gedeeltelijk verduisterd was opgegaan. De maan kan alleen verduisterd worden, wanneer ze in de fase van volle maan is, precies tegenover de zon staat. De verduisterde maan kwam die vrijdagavond op bij zonsondergang.
Christus was op het einde van de vrijdagmiddag, voor de sabbath zou beginnen, in het graf gelegd. Nadat hij begraven was, kwam de gedeeltelijk verduisterde volle maan op.
E. Vreede: "... als am Kreuz das "Es ist vollbracht" erklang, war für die Erde die Geburt da, die Geburt des Christusimpulses." Op vrijdag 3 april om 3 uur ´s middags was er de geboorte van de Christusimpuls. Toen was de zon dalend, de maan was nog onder de horizon. De onzichtbare maan zou kort erop, toen de zon onderging en de sabbath begon, verduisterd opkomen.

Bron: Elisabeth Vreede: "Die Zukunft der Astrologie. Das Leben Christi astrologisch betrachtet", 9. Rundschreiben II, Mai 1929. In: "Astronomie und Anthroposophie", Philosophisch-Anthroposophischer Verlag, Goetheanum, Dornach/Schweiz, 1980

Computerprogramma´s als Guide 8, Voyager 4.5 en Alcyone Eclips Calculator laten zien dat op 3 april 33 de maan in Jerusalem gedeeltelijk verduisterd opkwam. In het begin van de avond nam de verduistering af. Het exacte tijdstip van de oppositie van de maan met de zon had al plaatsgevonden voor of tijdens het opkomen van de maan.
Het opkomen van de gedeeltelijk verduisterde maan bij zonsondergang bevestigt dat vrijdag 3 april 33 de dag is van de eerste lentevollemaan.

Op 16 Nisan, zondagochtend 5 april 33 bij zonsopkomst

Christus, de zonnegeest, is op een zondagochtend bij zonsopkomst, uit het aardegraf opgestaan.

"Als sich am Sonntagmorgen (5. April 33) einige Frauen in aller Frühe auf den Weg zum Grab machten, dominierte ein abnehmender Mond den westlichen Sternenhimmel. Er gab viel Licht, die Umgebung sah grau aus. Beim Aufleuchten des östlichen Himmels verblasste das Licht des abnehmenden Mondes. Als auch die gesamte Umgebung Farbe bekam, wurde die Mondscheibe zu einem grauen Wölkchen.
Jedes Jahr ist der abnehmende Mond am Ostersonntag beim Sonnenaufgang im Niedergang. Wenn der östliche Himmel am Ostersonntag 21.4.2019 an Farbe gewinnt, steht der abnehmende Mond tief am südwestlichen Himmel. Er verblasst, sinkt weiter und geht unauffällig unter.
Dies entspricht also dem Morgenhimmel am 5. April 33, dem Sonntagmorgen auf welchen Christus bei abnehmendem Mond aus seinem Erdengrabe auferstanden war."
Uit: "Ein Nachrichtenblatt, Nr. 9, 21. April 2019"

E. Vreede: "Die eigentliche `Geburt´vollzog sich dann erst am 3. Tage, am Ostersonntag in der Frühe, als der Auferstandene zum erstenmal der Maria Magdalena erscheint. Eine zarte Morgenstimmung liegt über dieser Erscheinung."
Bron: Elisabeth Vreede: "Die Zukunft der Astrologie. Das Leben Christi astrologisch betrachtet", 9. Rundschreiben II, Mai 1929. In: "Astronomie und Anthroposophie", Philosophisch-Anthroposophischer Verlag, Goetheanum, Dornach/Schweiz, 1980

De historische Goede Vrijdag (gedeeltelijk op 14 en op 15 Nisan)
en
de historische Paaszondag (gedeeltelijk op 16 en 17 Nisan)

De kruisiging was op 14 Nisan, het was de eerste lente maand, de maan was vol. De avond ervoor had Christus met zijn leerlingen het Paschafeest en het Laatste Avondmaal gevierd.
14 Nisan was dat jaar van donderdagavond 2 april 33 na zonsondergang tot vrijdagavond 3 april 33 na zonondergang. De kruisiging was op vrijdag 3 april 33, Christus stierf ´s middags om 3 uur. Op Goede Vrijdag wordt de vrijdag waarop Jezus Christus aan het kruis stierf, herdacht.

Op 15 Nisan begint ´s avonds het feest van de ongezuurde broden (of matzesfeest). In 33 viel het begin van 15 Nisan op de vrijdagavond. De vrijdagavond is (elke week) het begin van de sabbath, de Joodse rustdag. De sabbath eindigt op de zaterdagavond.
De sabbath is de laatste dag van de week. De eerste dag van de week begint op de zaterdagavond.

16 Nisan begon in het jaar 33 op de zaterdagvond, de eerste dag van de nieuwe week. Het begon op de zaterdagavond 4 april 33 na zonsondergang. De opstanding vond plaats op zondag 5 april 33 rond het ochtendgloren, op 16 Nisan.

Op zondagavond begon 17 Nisan. Je kunt dus niet zeggen dat de historische Paaszondag op 16 Nisan was. De verrijzenis was was op de zondagochtend 16 Nisan.

De Hebreeuwse maankalender en de Juliaanse zonnekalender hebben beide een weekindeling van zeven dagen. De vrijdag en de zondag zijn de sleutels bij het vergelijken van de data.

Unieke data - tevens deel zijn van grotere reeksen

Het unieke van elke Paaszondag werd door Joachim Schultz benadrukt:
"Für die Osterberechnung bewirkte die neuzeitliche Ordnung des Kalenders (LB: Gregoriaanse kalender 1582) eine Auflösung und Verlebendigung der bisher noch starren Rhythmen.
Obwohl die mittelalterlichen Zyklen und Bestimmungsregeln weiter erhalten blieben, ist seither durch die Berücksichtigung von Korrekturen ein Element gesteigerter innerer Beweglichkeit und ständiger Metamorphose in die Osterrechnung eingezogen.
Es gibt daher auch seit der Neuzeit keine zyklisch wiederkehrende Reihenfolge von gleichen Osterdaten mehr, wie sie noch im Mittelalter durch den 532jährigen Osterzyklus bestand.
Der Ostertag ergibt sich jetzt vielmehr in freierer Art aus den immer neuen und veränderten Verhältnissen des Kosmos."
Quelle: Das Goetheanum, 21. Jg., Nr. 13, 29.3.1942, S. 98-100

" Das Endresultat seit der neuzeitlichen Kalenderreform blieb: es gibt keine zyklische Wiederholung der gleichen Ostertagsfolge. Es kann dasselbe Datum öfter vorkommen, doch nie in der gleichen zusammenhängenden Reihenfolge. So ist der Bestimmungsmodus des Ostertages ein immer beweglicher und lebendiger, nie erstarrter."
Quelle: Das Goetheanum, 34. Jg., Nr. 14, 3.4.1955, S. 109–1

Jean Meeus onderzocht de Paasdata op het voorkomen van reeksen:
* Wanneer in maart paaszondag is, dat zijn de paasdata het jaar ervoor en het jaar erna in april. Er zijn nooit twee opeenvolgende paasdata in maart.
* Er kunnen 10 opeenvolgende paasdata in april zijn. Dit gebeurt sporadisch: bijv 2856- 2865, 3228 - 3237
* Reeksen van 7 opeenvolgende paasdata in april komen vaak voor! Van 2017 tot 2023 zijn de paasdata in april, idem dito in de jaren 1884-1890, 1895-1901, 1922-1928, 1941-1947, 1952-1958, 1979-1985, 2036-2042, 2047-2053 enz.

Soms herhaalt een Paasdatum zich na 11 jaar: bijv.
1903-1914-1925-1936 op 12 april
1923-1934-1945 -1956 op 1 april
..
1991 - 2002 - 2013 - 2024 op 31 maart
1995 - 2006 - 2017 - 2028 op 16 april
2015-2026-2037-2048 op 5 april
2019-2030 - 2041 - 2052 op 21 april.

De Paasdatum kan max 4 keer achter elkaar 11 jaar later op dezelfde dag vallen. Tijdens de vierde keer is dat jaar een schrikkeljaar.

Er bestaan groepen van 48, 52 of 100 Paasdata die zich na 152 jaar herhalen
* De 100 Paasdata van 1948-2047 herhalen zich in 2100-2199 (In 1948 en 2100 is paaszondag op 28 maart, in 2047 en 2199 is paaszondag op 14 april.)
* De vorige groep was die uit 1700-1747, deze 48 paasdata hebben zich herhaald in 1852-1899.
* De volgende groep worden de paasdata van 2248-2299. Deze 52 paasdata zullen zich herhalen in 2400 - 2451 (ontdekking prof. Manfred Oswalden uit 1980.)

Prof. Oswalden had ontdekt dat alle Paasdata zich na 5.700.000 jaren herhalen (zouden zon en maan dezelfde bewegingssnelheid behouden).
Bron: Jean Meeus: Mathematical Astronomy, Morsels V, Willmann-Bell, 2009, p. 354 - 366

***

De Paasdataberekeningen van 2018-2020 in de Calendarium Gregorianum tonen sterke overeenkomsten met die van 76 jaar (4 * 19 jaar) geleden (vergelijk 1943 en 2019).

De astronomisch berekende paasvollemaan
een week eerder of later

De data voor Paaszondag berekend volgens de kerkelijke regel (het ecclesiastische Pasen) komen meestal, maar niet altijd overeen met de data astronomisch berekend. De verschillen komen door een andere berekening van het moment van volle maan, door een andere bepaling van het begin van de lente en door bepaalde uitzonderingregels. Door een samenloop van omstandigheden kan er een verschil van een week of zelfs van een hele maand optreden.

De vroegst en laatst mogelijke Paasdata astronomisch berekend:
20 maart (twee dagen vroeger dan de ecclesiastische Pasen) en 26 april (een dag later).

Voor de jaren 1583 - 2582 zijn de data waarop de astronomisch berekende (ruimtelijk exact gedefineerde) Paasdata niet samenvalt met de kerkelijk berekende (zon- en maancyclus) door Steven Verhezen en Jean Meeus berekend. Voor de periode 1830-2105 geldt:

De astronomisch berekende paaszondag een week later in de jaren:
1845 (30 maart was de astronomische paasdag), 1900 (22 april), 1903 (19 april), 1923 (8 april), 1927 (24 april), 1954 (25 april), 1967 (2 april), 1981 (26 april), 2049 (25 april) ofwel negen keer.

De astronomisch berekende paaszondag een week vroeger in:
1876 (9 april was de astronomische paasdag), 1974 (14 april), 2045 (2 april), 2069 (7 april), 2089 (27 maart), 2096 (8 april) ofwel zes keer.

(De datum tussen haakjes is de datum van de astronomische paasdatum.)

N.B. In 2024 en 2027 (de Hebreeuwse kalender heeft een schrikkeljaar, 15 Nisan is ongeveer een maand na Luna XIV, is er geen verschil tussen de kerkelijke en astronomische paaszondag.

De astronomisch berekende paasvollemaan
een maand eerder

Uitgaand van de astronomische definitie van volle maan was in 2019 de paasvollemaan op 21 maart om 2.43 uur, paaszondag zou dus zijn op 24 maart. De astronomische paasvollemaan ("de ware") valt in 2019 ongeveer een maand voor het begin van het Paschahfeest op 20 april en de kerkelijke paaszondag op 21 april.

Voor de periode 1583-2105 geldt:
De astronomisch berekende paaszondag was ongeveer een maand vroeger in:
1590 (25 maart was de astronomische paasdag), 1666 (21 maart), 1685 (25 maart),
1924 (23 maart), 1943 (28 maart) , 1962 (25 maart), 2019 (24 maart),
2038 (28 maart), 2057 (25 maart), 2076 (22 maart) en 2095 (27 maart).
Bronnen: Steven Verhezen: "Hemel en dampkring" , vol. 71, nummer 4, blz. 131, april 1973.
Aanvullende correcties voor 2019 en 2057 door Jean Meeus in Mathematical Astronomy, Morsels V, Willmann-Bell, 2009.

De paaszondag springt in deze jaren als het ware van "een zondag tussen 22 en 28 maart" naar "een zondag vier weken later":
1924: niet de vroege astronomisch berekende paaszondag op 23 maart,
maar een late Pasen op 20 april.
1943: niet 28 maart, maar 25 april
1962: niet 25 maart, maar 22 april
2019: niet 24 maart, maar 21 april
2038: niet 28 maart, maar 25 april
2057: niet 25 maart, maar 22 april
2076: niet 22 maart, maar 19 april

Zie voor meer data het bestand van Rob van Gent: perpetual easter and passover calculator pdf
Dit bestand biedt een programma dat Luna XIV, Paaszondag en 15 Nisan berekent:

1924:
astronomische paasvollemaan (maan in oppositie met de zon / "de ware volle maan")
op vrijdag 21 maart: astronomisch berekende paaszondag ("de ware paaszondag") op 23 maart.
Luna XIV op 18 april. 15 Nisan op zaterdag 19 april.
Kerkelijke paaszondag 20 april.

1943:
astronomische paasvollemaan op zondag 21 maart: astronomisch berekende paaszondag 28 maart.
Luna XIV op 18 april. 15 Nisan op dinsdag 20 april.
Kerkelijke paaszondag 25 april.

2019:
astronomische paasvollemaan op donderdag 21 maart: astronomisch paasfeest op 24 maart.
Luna XIV op 18 april. 15 Nisan op 20 april.
Kerkelijke paaszondag op 21 april.

De kerkelijke paaszondag is
* de zondag vier weken later dan de zeer vroege, astronomisch berekende paaszondag,
* de zondag na de volgende volle maan,
* de eerste zondag na de tweede lentevollemaan,
* een zondag ongeveer tussen 19 en 25 april,
* de eerste zondag na Luna XIV en 15 Nisan,


1924, 1943, 2019 tonen (ongeveer) hetzelfde samenspel van zon en maan,
van het Paschafeest en paaszondag:

De astronomisch berekende paasvollemaan is op 21 maart.
De astronomisch berekende paaszondag is bijna een maand voor het Joodse Paschafeest,

Luna XIV is op 18 april, 15 Nisan is een-twee dagen later (19-20 april).
De kerkelijke paaszondag is kort na het Joodse Paschafeest.

In die jaren dat
1) de oppositie maan-zon op 21 maart is,
2) de Luna XIV van de paasmaand ongeveer vier weken later is, op 18 april,
heeft de Calendarium Gregorianum "de volle maan die volgt op de astronomisch berekende volle maan" als Luna XIV.
Ofwel: de volle maan in maart telt niet als de eerste lentevollemaan.
Astronomisch beschouwd kiest de Calendarium Gregorianum de tweede lentevollemaan als de paasvollemaan.

In 1923, 1943 en 2019 is de Luna XIV van de paasmaand op 18 april. De cyclisch berekende Luna XIV van de maand maart is al voor 21 maart en is dus geen paasvollemaan. Sinds 1582 is er immers het decreet van Paus Gregorius XIII: "... rectam positionem XIV lunæ primi mensis, quæ vel in ipsum æquinoctii diem incidit, vel ei proxime succedit;" dat zo vertaald kan worden: "... de juiste positie van de Luna XIV van de eerste maand heeft, die of op dezelfde dag als de dag-en nachtevening valt, of op een dag die daarop volgt).

Volgens de ritmische rekenmethode van de Calendarium Gregorianum valt Luna XIV op 18 april 2019, pleniluna media op 19 april 4 uur, en is het Pasen op 21 april.

Opmerkelijk is:
De Hebreeuwse kalender heeft een laat Paschafeest. De veertiende dag in de eerste maanmaand van de lente, 14 Nisan, is op 18, 19 april.
Uitgaand van de astronomische visie wordt in 1924, 1943 en 2019 de eerste lentevollemaan van 21 maart onterecht overgeslagen.

De jaren met zo´n "sprong naar de volgende volle maan" (1924, 1943, 1962, 2019, 2038, 2057, 2076 en 2095) vormen een reeks. Deze reeks toont het 19 jarige ritme. De Metonische periode toont zich weer!
(De jaren 1981 en 2000 horen thuis in deze 19 jaren reeks, maar zijn anders. In 1981 is de kerkelijke paaszondag op 19 april, de astronomische een week later. In 2000 is er wel dezelfde paaszondag.)

Dezelfde paaszondag voor alle christenen, welke?

Bij zo´n "onjuiste" Paasdatum (de zondag "na de tweede lentevollemaan") is
* de astronomisch berekende paaszondag in het prille begin van de lente, ruim voor 14 Nisan,
* de kerkelijke paaszondag wel na 14 Nisan, na het begin van het Joodse Pascha- en Matzesfeest.

Wat weegt bij het bepalen van de paaszondag zwaarder:
"het exacte moment van oppositie, het astronomisch exacte begin van de lente"
of
"de eerste zondag na 14 Nisan"?

Paaszondag na de tweede lentevollemaan, in een jaar waarin de eerste lentevollemaan vroeg valt, dat kan toch? Er zijn zulke verschillende visies op het begin van de lente, op het begin van het nieuwe jaar. Voor een goed begrip van de Calendarium Gregorianum uit 1582 is ook kennis van de rekenmethodes van de Hebreeuwse maan-kalender en van de Metonische periode nodig.

Wie de astronomische nauwkeurigheid van de paasdatum op de spits wil drijven, stuit op de vraag of de datum voor het paasfeest vanuit een zonnejaarkalender bepaald moet worden. Of dat er meer rekening moet worden gehouden met de cycli van de wassende en afnemende maan en haar 19 jarige periode.

Er zijn in 2018 en 2019 zeer uiteenlopende visies over de "ware datum" van paaszondag verschenen. Het artikel over het paasfeest van Elisabeth Vreede in haar vijftiende kalender "Kalender Ostern 1943 - Ostern 1944" had ik al wel eens gelezen, maar kreeg door de actuele vraag veel meer inhoud. In dat jaar was er immers een overeenkomend verschil tussen de "ware paaszondag" (uitgaand van de oppositie maan-zon) en "de kerkelijke feestdag van de verrijzenis". Ze gaf niet alleen haar visie:

"Aus dieser Leidensgeschichte heraus kann gewiss nicht der Wunsch entstehen, Ostern nun zu einer andern Zeit als der allgemein angenommenen zu feiern. ... So nehmen wir auch das Osterdatum 1943 willig hin, trotzdem es nach anderem Gesichtspunkt am 28. März hätte gefeiert werden können. Da nach der alten Regel der Vollmond am 20. März fiel und daher nicht berücksichtigt werden darf, gilt erst der nächste als Frühlingsvollmond, der uns auf ein Ostern am 25. April führt."

Ze beschreef ook de visie op de data van de christelijke feestdagen:

"Von Anfang an wurde der Tod und die Auferstehung Christi
in rhythmischer, das ist im Grunde kosmischer Weise aufgefasst."

"Es ist das Festhalten an dem allgemeinen Rhythmischen der Himmelsbewegungen, unbekümmert um jene Abweichungen,
die aus der Inkommensurabilität der Rhythmen notwendigerweise folgen müssen
oder die sich aus den verfeinerten astronomischen Beobachtungen ergeben."

Haar artikel biedt meerdere nieuwe perspectieven:

* de twee oerpaasfeesten op 3 en 5 april 33
en
* de betekenis van de afnemende maan bij de opstanding van de zonnegeest uit het aardegraf.


"... eine Neugestaltung der beiden Urosterfeiern,
von denen uns die Geschichte berichtet:
derjenigen, die besonders der Auferstehung gedenken wollte, von der der große Impuls für die Erden- und Menschheitsentwickelung ausgegangen ist, die die Hauptbedeutung auf den Sonntag legt, der auf den Vollmond folgt,
- und derjenigen, die sich an das Abendmahl und die Kreuzigung hielt, als die Geburt des höheren Ich für die Menschheit stattfand; die zur Zeit des Frühlingsvollmondes begangen wurde.

Und wir kommen wiederum auf die Bedeutung des abnehmenden Mondes für das Osterfest, ... unsrer Zeit entsprechend, einer geistig-realen, die spirituell-Wesenhaftes im Kosmos mit dem menschlich-seelischen verbindet,
indem Christus, der Sonnengeist, am Ostertag aus seinem Erdengrabe wahrhaft auferstanden ist."

Share on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

© Stichting Een Klaar Zicht 1995-2019

 

naar bovencontact  ·  home