menu

Zeldzaam nauwe wintersamenstanden in de Steenbok
in de loop van duizenden jaren

16 juli 1623 in de Kreeft,
een zomerse nauwe samenstand

Jupiter zal op 21 december 2020 Saturnus op slechts 6 boogminuten passeren. Dit is de meest nauwe conjunctie sind 16 juli 1623, toen was de afstand 5 boogminuten.

Berekening Jean Meeus, gepubliceerd in 1997 in zijn boek Morsels p. 251.

Bijna vier eeuwen geleden stonden Saturnus en Jupiter nog dichter bij elkaar dan in 2020. In de zomer van 1623 stond het planetenpaar in de Kreeft slechts op 13 graden afstand van de ondergegane zon. De Kreeft is het dierenriembeeld dat tegenover de Steenbok staat; als de een ondergaat, komt de andere op. Met de telescopen van nu zou de nauwe samenstand te zien zijn gewees. Er zijn echter geen beschrijvingen overgeleverd.

In 1606 was het principe van de verrekijker ontdekt. In 1609 kreeg de door Tycho Brahe geïnaugureerde waarnemingskunst een nieuwe dimensie. Galilei kon door een verrekijker te gebruiken ontdekkingen doen die de Copernicaanse voorstelling (Mercurius, Venus, aarde, Mars, Jupiter en Saturnus cirkelen om de zon) geheel schenen te bevestigen.

Bron: Elisabeth Vreede, "Die Sternenwelt: Über Neue Sterne", Rundschreiben April 1930

15 maart 2080 in de Steenbok,
een nog nauwere wintersamenstand

De Sterrengids 2020 (Jean Meeus, Mat Drummen, Tom Peters e.a.) meldt bij 21 december: "De kortste hoekafstand tussen Jupiter en Saturnus wordt bereikt om 19.21 uur MET en bedraagt 6´06". Dat Jupiter en Saturnus elkaar tot op minder dan 9´ naderen komt zeer zelden voor. De laatste keer was op 16 juli 1623 (5´10") en de eerstvolgende keer is op 15 maart 2080 (6´01")."

De volgende zeer nauwe samenstand zal al over 60 jaar gebeuren. Die is, zoals in 2020, weer in de Steenbok en weer in de winter. Die is echter aan de ochtendhemel, op 44 graden van de opkomende zon.

De nauwe samenstand op 15 maart 2080, een uur voor zonsopkomst. Jupiter en Saturnus bevinden zich tussen de kop van de Steenbok en zijn visstaart. De afbeelding laat zien dat de zon in de Vissen het lentepunt (Vernal equinox) nog niet bereikt heeft. De zon is nog een winterzon. De afbeelding is gemaakt met Cybersky 5.

Na 60 jaar de derde samenstand,
meestal in hetzelfde sterrenbeeld

Voor astronomen zijn de conjuncties van Saturnus-Jupiter zeer overzichtelijk: elke 20 jaar komt de volgende en elke 60 jaar vindt de conjunctie meestal weer in hetzelfde sterrenbeeld plaats. Er is een geleidelijke verschuiving. De samenstanden van 1961, 1901, 1842, 1782 waren in het sterrenbeeld Schutter, de volgende van 2080, 2140 ... zijn in het sterrenbeeld de Steenbok. (zie XXX "Langjarige ritmes - Kepler")

Elke 60 jaar ontmoeten Saturnus en Jupiter elkaar gemiddeld ongeveer 8° meer oostwaarts in de dierenriem (Joachim Schultz "Rhythmen der Sterne", S 196).

Op 15 maart 2080 staat het planetenpaar links van de kop van de Steenbok, dan staat Saturnus 6 boogminuten onder (ten zuiden van) Jupiter. Twee zulke nauwe conjuncties na 60 jaar is een uiterst zelden gebeuren.

Jean Meeus beschrijft deze 60-jarige periode zowel helio- als geocentrisch:

  • "After 60 years, or three heliocentric conjunctions, both planets come together in the same region of the sky, with a mean eastward displacement of 9 degrees with respect to the vernal point (LB: lentepunt), or 8 degrees with respect to the background stars." (Morsels, S 248).
  • "... the geocentric conjunctions always occur close to the times of the heliocentric conjunctions. However, they can precede or follow them a few weeks or even two or three months, depending on the Earth´s position at the time of the heliocentric Jupiter - Saturn conjunction." (Morsels, S 249)

Vanuit heliocentrisch gezichtspunt vinden de conjuncties "in een vaste takt" plaats. Vanuit geocentrisch gezichtspunt zijn er meerdere variaties op deze maat.

2020 - 2080 - 2140 in de Steenbok,
een unieke reeks van nauwe samenstanden

De samenstand van 14 januari 2140 wordt de derde nauwe in de reeks. Het planetenpaar bevindt zich opnieuw iets dichter bij de visstaart van de Steenbok. Saturnus komt 14 boogminuten onder Jupiter te staan, die van 2020 en 2080 zijn meer dan de helft dichterbij.

Het planetenpaar staat op slechts 23 graden van de ondergegange winterzon, zoals in 2020 vindt de samenstand wederom aan de avondhemel plaats. Ook hier toont zich een "hogere orde".

De nauwe samenstand op 14 januari 2140, een uur na zonsondergang. De zon is een winterzon. De zon bevindt zich in de Schutter veel dichter bij de Steenbok dan op 21 december 2020 met zon in het winterpunt (Winter solstice). De afbeelding is gemaakt met Cybersky 5.

Zie het artikel van Patrick Hartigan over "Jupiter-Saturn Conjunction Series". Zover ik het overzie, is hij de enige die de nauwe samenstanden zo uitvoerig onderzocht heeft. Kijk bij "What about Separation Distances"

Of zie de PDF, bij printen blz. 10-11

Jupiter-Saturn-Conjunction-Series.pdf

Uit het artikel van Patrick Hartigan blijkt dat de combinatie 2020 - 2080 (twee op elkaar volgende extreem nauwe samenstanden van minder dan 7 boogminuten) voor de periode 0 - 3000 na Chr. een unicum is.

Het waarnemen van de samenstand
van 21 december 2020

Ook over het waarnemen van de samenstand op 21 december 2020 schrijft Patrick Hartigan uitvoerig:

The-Jupiter-Saturn-Conjunction-of-Dec-21-2020.pdf

4 maart 1226 in de Steenbok,
de laatste keer dat de nauwe samenstand te zien was

You’d have to go all the way back to just before dawn on March 4, 1226, to see a closer alignment between these objects visible in the night sky.” Bron: Patrick Hartigan.

De nauwe samenstand van 4 maart 1226, bijna 800 jaar geleden, was de laatste die de mensheid heeft kunnen waarnemen. En jawel: die zeer nauwe samenstand vond ook in de Steenbok plaats en was ook weer een ochtendgebeuren. De zon was wederom een winterzon.

De nauwe samenstand op 4 maart 1226, een uur voor zonsopkomst. Het planetenbaar (midden in Steenbok) heeft een hoekafstand van 48 graden tot de opkomende winterzon (in de Vissen). De afbeelding is gemaakt met Cybersky 5.

Deze nauwe ochtendsamenstand van 4 maart 1226 lijkt in veel opzichten op die van 15 maart 2080. Tussen die jaren is een periode van 854 jaar. Na 43 keer een periode van bijna 20 jaar verschijnt er een samenstand die veel lijkt op de vorige.

Elke 854 jaren

De goed zichtbare ochtendsamenstanden in maart van 1226 en 2080 maken deel uit van een langere, geordende reeks van nauwe samenstanden:

Bron: Patrick Hartigan, zie PDF op blz. 12 "854 Year Cycle of Closest Approach"

  • De samenstand van - 1336 (1337 BC) was bij de visstaart van de Steenbok.
    Die van 2934 zal links van de kop zijn.
  • De tweede kolom geeft de longitude aan. De "lengte op de ecliptica" neemt na 854 jaren 3 graden af. Let op: de longitude is steeds voor het jaar 2000 berekend.
  • Binnen de 854 jaren cyclus verschuift de samenstand van de Steenbok naar de Schutter, westwaarts door de dierenriem. Dat is de tegenrichting van de (8 graden oostwaartse) verschuiving na 60 jaar.
  • De derde kolom biedt de onderlinge afstand in boogminuten:
    die van 6 maart 371 is de allernauwste. Deze is ook de nauwste tussen het jaar 0 en het jaar 3000.
  • De laatste kolom geeft de afstand tot de zon weer. Die uitzonderlijke samenstand uit 372 had bovendien een flinke hoekafstand (53 graden) tot de zon. Dat moet een fraai gebeuren zijn geweest.

    De 854 jaren reeks waarvan de samenstand van 2020 deel uitmaakt, zijn allen avondconjuncties. Deze laat overeenkomstige samenhangen zien:

  • Na 854 jaren vindt de samenstand weer ongeveer in dezelfde tijd van het jaarverloop plaats. Het verloop is hetzelfde: geleidelijk aan later in de maand.
  • Die eerste van 13 december 312 is bij de kop van de Steenbok.
    Die laatste van januari 4583 (de conjunctiedatum is 18 of 19 januari volgens Cybersky) is in de Schutter.
  • De samenstand van 3728 is de nauwste van deze reeks.

De 854-jarige reeks is een stabiele, overzichtelijke reeks van de samenstanden van het planetenpaar. Een "hogere orde" toont zicht. Het ritmische van de kosmos manifesteert zich door de eeuwen en millennia heen.

Getallen behorend bij de cyclus van 854 jaar

43 keer 19,86 jaren = 853,98 jaren

43 keer een verplaatsing van 117 graden = bijna 14 rondgangen (13,98 rondgangen).

Ook na drie keer 854 jaren, na 2.562 jaren, lijken de samenstanden nog sterk op elkaar.

Tussen 0 - 3000
geen bedekking van Saturnus door Jupiter

Meestal trekt de ene planeet aan de ander op enige afstand voorbij. Wanneer de ene planeet de ander bedekt, verdwijnt die a.h.w. van de hemel. Slechts zelden wordt een planeet door een andere bedekt. Venus zal Jupiter op 22-11-2065 bedekken, Mercurius Mars op 11-8-2079, Mercurius Jupiter op 27 oktober 2088 en kort daarop weer (7 april 2094.

Tussen het jaar 0 en 3000 bedekt Jupiter Saturnus echter geen enkele keer. Volgens Patrick Hartigan gebeurt een bedekking bij een hoekafstand geringer dan 0,4 boogminuten. Op 6 maart 372, de nauwste samenstand in de eerste drie millennia na Chr., was die 1,9 boogminuten.


Alle planetenconjuncties kleiner dan 6 boogminuten zijn door Marco Peuschel voor 2014-2200 in tabellen geplaatst:

Tussen 10.000 v. Chr en 10.000 na Chr.
wordt Saturnus wel door Jupiter bedekt

Voor het berekenen van samenstanden van Saturnus-Jupiter voor 4.000 v. Chr. of na 6.000 na Chr. zijn er sinds 2014 JPL-formules . Berekeningen voor tijden zo lang in het verleden hebben meer kans op onnauwkeurigheden. Dit geldt nog meer voor tijden zo lang in de toekomst.

Patrick Hartigan filterde de conjuncties in groepen van 854 jaar en ontdekte zo vier bedekkingen en ook nieuwe samenhangen.

Zie "Occultations and the 854-Year cycle" (p. 11-14 van de PDF)

De toptien van nauwste samenstanden
tussen de jaren 0 en 3000

Nauwste samenstanden tussen 0 en 3000 P Hartigan

Het overzicht van de nauwste samenstanden, opgesteld door Patrick Hartigan

Home · contact · Stichting Een Klaar Zicht © 1995 - 2021