menu

Jola Meijer: "Over samenhang van kosmos, plant en mens in de huidige tijd, een gesprek met Liesbeth Bisterbosch"

In: Dynamisch Perspectief, november-december 2002

Jola-Meijer-2002-M-Thun.docx

Al meer dan 50 jaar onderzoekt Maria Thun samenhangen tussen de stand van de maan in de Dierenriem en de groei van planten. In 1963 publiceerde zij haar eerste zaaikalender met gunstige tijdstippen voor het zaaien en bewerken van de grond voor de verschillende gewassen. De kalender biedt voor velen een houvast bij het werken met planten en wordt tegenwoordig in 21 talen uitgegeven. Intussen geven ook veel andere mensen maankalenders uit. Zij is echter de enige die voor het geven van adviezen zelf met planten werkt. Maria Thun is voor veel mensen een gezaghebbende autoriteit. Haar zaaikalender biedt een schema waarmee je direct aan de slag kunt.

Maar het gebruik levert ook vragen op. Veel tuinders en boeren bemerken immers dat het dagelijkse wel en wee van het bedrijf om andere handelingen vraagt dan in de zaaikalender vermeld staan. In binnen- en buitenland wordt al sinds enige jaren de ‘kalender van Maria Thun’ niet meer door de BD-Verenigingen beschikbaar gesteld. Liesbeth Bisterbosch die voor de Stichting Een Klaar Zicht de Sterren- en planetenkalender samenstelt en zich bezighoudt met de kwaliteiten van de Dierenriem, jaarverloop en voedingskwaliteiten, is van mening dat het gebruik van de zaaikalender haaks staat op de intenties van de antroposofie als een bewuste scholingsweg. Bovendien vindt ze dat met experimenten is aangetoond dat de zaaikalender niet kan waarmaken, wat deze pretendeert te zijn.

Herhaalbaarheid blijkt gering

Liesbeth: “In onder andere Duitsland, Zwitserland, Engeland, Amerika en Nieuw-Zeeland is onderzoek verricht naar het werken volgens de zaaikalender. Daarin konden de invloeden die volgens Maria Thun bestaan niet worden aangetoond.

De maan blijkt wel andere werkingen te hebben. Hartmut Spieß toonde met zijn promotieonderzoek (experimenten van 1977 tot 1986) aan hoe gecompliceerd de werking van de maan was. Aardappelen gepoot voor volle maan gaven een lagere opbrengst, wortelen hadden echter een opbrengstverhoging bij uitzaai twee dagen voor volle maan. Radijsjes reageerden wel sterk op het maandelijkse stijgen en dalen van de maan en de wisselende afstand van de maan tot de aarde, maar niet op de plaats van de maan in de Dierenriem.

De plek waar Maria Thun haar eigen onderzoek verricht vinden wetenschappers niet geschikt vanwege de geringe homogeniteit van de proefveldjes op het einde van een dal”.

Twijfels over de theorie van de zaaikalender

“Ik vind het vreemd dat Maria Thun de planten opsplitst in de volgende delen: wortel, blad, bloem en vrucht/zaad”, zegt Liesbeth, “hoe kan iets alleen positief werken op de wortel? Wat goed is voor de wortel is immers goed voor de hele plant.

Ik ken niemand die dit kan uitleggen: een bepaalde maanstand (maan in de Stier, Maagd of Steenbok) is alleen gunstig voor die planten waarvan we dat eten wat in de grond groeit. Welke innerlijke samenhang is er tussen de Stier, Maagd of Steenbok aan de hemel en de zogenaamde wortelgewassen? Stier, Maagd en Steenbok worden aarde-tekens genoemd. De indeling van de Dierenriem in vier elementen, aarde, water, lucht en vuur komt uit een tijd waarin de oude sterrenwijsheid was verdwenen en de astrologen met schema’s gingen werken.

Een plant is een organisch geheel, daar heersen andere wetmatigheden dan in de dode wereld. Aan details is vaak veel af te lezen. Zo heb ik in mijn onderzoek bij tarwe en rogge b.v. gezien dat de wortelontwikkeling en de bovenaardse ontwikkeling steeds met elkaar in verband staan. Dat is juist zo mooi aan planten: een samenhangende groei, elk detail van de plant vertelt iets over de gehele plant. De vorm en dikte van de wortel, de groei van de bladeren en het afrijpen: alles ziet er anders uit. Een plant vormt elk volgend blad weer iets anders, de laatste bladeren zijn veel fijner van vorm dan de vorige. Zo ontwikkelt de plant zich van kiemplantje tot een volwassen plant met vruchten. Hoe dit verfijnen gebeurt hangt sterk af van de omgeving. Vergelijk bijvoorbeeld een peen op zandgrond met een peen die in de klei staat.

Steiner heeft het woord vrucht een brede betekenis gegeven. Alles wat we van planten oogsten om te eten, is een vrucht. Een zoete peen is een heel andere vrucht dan een knakkerig radijsje of een brede, stevige ui. De kwaliteit van de vrucht hangt sterk af van de groei die de plant heeft doorgemaakt. De oogstbare peen, radijs, ui en aardappel zijn vruchten waarbij de levensprocessen tot stilstand zijn gekomen. Vanuit deze zienswijze is het vreemd dat de stand van de maan een invloed zou hebben op een afzonderlijk deel van de plant.

Maria Thun werkt heel intensief met planten en bedenkt steeds nieuwe, originele experimenten. Ze springt attent in op actuele vragen. Uit haar teksten en aanbevelingen heb ik echter nergens kunnen opmaken dat ook de dynamiek en het karakter van de groei haar aandacht heeft. Dat mis ik.

Bovendien vraag ik me af: zonlicht en zonnewarmte, het jaarverloop, de bodem en het weer beïnvloeden de groei van de plant in sterke mate, in elke groeifase weer anders. Hoe verhouden deze duidelijk waarneembare invloeden zich tot de subtiele werking van de maan? De betekenis van het jaarverloop en de maan voor de plant vind ik een boeiend thema. Maria Thun behoort niet tot het groepje mensen die ook het jaarverloop in het onderzoek betrekt.

Vanuit mijn invalshoek, de voedingskunde, gaat het om het rijpen dat juist bevorderd wordt door het licht en de warmte van de zon. Voedingskwaliteit hangt in sterke mate af van de wijze waarop de planten zich hebben kunnen openen voor het zonlicht en tot rijping zijn gekomen in de zonnewarmte. Het gaat dus niet zozeer om de maan die bij planten invloed heeft op het kiemmoment en de eerste, tere groei.”

Landbouwcursus

Liesbeth: “Het lukt me niet om iets gemeenschappelijks te vinden tussen de Landbouwcursus van Steiner en de zaaikalender. De zaaikalender heeft niets te doen met de zienswijze van Goethe (de wordende plant, een kwalitatieve blik) en helemaal niets met de geesteswetenschappelijke benadering van Rudolf Steiner. De plant was en is een zonnewezen.

Steiner geeft aan dat je voor het werken met planten voorstellingen tot je beschikking moet hebben van de kwaliteiten van de zon en de beneden- en de bovenplaneten. Voor het omgaan met de dieren komt er aanzienlijk meer kijken, dan moet je ook voorstellingen hebben van de Dierenriem.

Tijdsaanwijzingen worden in de Landbouwcursus gegeven voor het maken van de preparaten (zomer, winter), het zaaien van graan (dicht bij de wintermaanden of verder ervan af) en bij de onkruid- en ongediertebestrijding. Wanneer je iets wilt bestrijden, blijken bepaalde tijden gunstiger te zijn.

Maria Thun werkt met exacte tijdsaanduidingen. Het ademt een sfeer uit van ‘wat er nu gebeurt aan de hemel, gebeurt in dit uur ook op aarde." Het juiste moment om in je bedrijf iets te doen, kun je als het ware niet zelf bepalen. Iets doen op gezag zonder eigen betrokkenheid voelt dwingend aan en hoort niet thuis in de antroposofie.”

Twijfels vanuit de astronomie

Liesbeth: “Ik ken van Maria Thun geen uitspraken over een wintermaan en een zomermaan, terwijl die zo anders aan de hemel verschijnen.

  • In de winter staat een zeer heldere, relatief kleine volle maan met duidelijke licht- en schaduwplekken hoog aan de hemel en geeft de hele, lange en koude nacht veel licht; kijk maar naar je eigen schaduw.
  • In de zomer ziet de volle maan er veel groter, minder scherp omlijnd en meer gelig, oranjekleurig uit. Gedurende de korte, schemerachtige nacht staat ze dan laag aan de zuidelijke hemel en ze geeft maar weinig licht.

Ik mis zoveel in haar theorie; ook hoe ze naar de maan kijkt is zo eenzijdig, zo statisch.

Zaaikalenders zijn astronomisch gezien zeer beknopt en bestaan alleen uit getallen en tabellen. Wie moeite doet om regelmatig de maan waar te nemen, zal ontdekken dat Maria Thun verrassende keuzes heeft gemaakt. Zij werkt niet met wat je zelf aan de maan bij het waarnemen kunt ervaren: het wassen of afnemen van de maan, de maan aan de avond- en ochtendhemel, de maan hoog of laag boven de horizon. Het gaat haar erom in welk Dierenriembeeld de maan staat.

Voor haar zijn de grenzen van de Dierenriembeelden belangrijk. Deze rechthoekige grenslijnen zijn in 1928 - door de Internationale Astronomische Unie - echter nogal willekeurig vastgelegd. Omdat de maan aan de hemel niet dezelfde weg volgt als de zon (de maan kan max. 5º ten noorden of max. 5º ten zuiden van de zonneweg staan), is het berekenen van het binnenkomen in een Dierenriembeeld heel lastig. Er bestaan verschillende rekenmodellen; het ene berekent bijv. de komst van de maan in de Ram 14 uur later dan het andere.

Vergelijk je de gang van de maan door de Dierenriem met die van Saturnus of Jupiter, dan is het alsof de maan heel hard aan alle beelden voorbij holt. Bij Saturnus en Jupiter kun je daarentegen een verbonden-zijn met een bepaald sterrenbeeld ervaren. We hebben Saturnus jarenlang in de Stier zien staan; hij zal de komenden jaren gelijk met de Tweelingen opkomen en ondergaan.

De maan staat maar enkele dagen in een Dierenriembeeld . Ze toont zich elke dag anders. Als wassende maan brengt ze na zonsondergang steeds meer uren gespiegeld zonlicht. Maanlicht is grauw licht; bij volle maan kun je takken, gaten in de wegen, contouren in de verte goed zien, maar de wereld heeft nauwelijks kleur en diepte.

Dit zachte nachtlicht blijkt voor de plantengroei van belang te zijn, met name in gebieden waar niet zo veel kunstmatig licht is als in Nederland. Gedurende twee weken krijgen de avonden steeds meer maanstemming.

De maan toont zich bovendien elke maand en elk jaar anders! Mij valt het op dat de meeste mensen die beweren dat ze de invloed van de maan op de groei van planten zien, vaak nauwelijks een besef hebben van de verschillende maanritmes. De maan is zo gevarieerd, heeft zoveel gezichten.

De maan manifesteert zich op de verschillende noorder- en zuiderbreedtes heel anders. Daarom is het vanuit de astronomische invalshoek nogal bizar dat de maan zoals die verschijnt in Duitsland overal op de hele wereld dezelfde werking zou hebben. Op elke plek en op elk moment toont het leven zich anders. Wat heeft mijn tuin aan zo’n starre maan-in-Dierenriem-zaaikalender voor de hele wereld?”

Dierenriembeelden en -tekens

Liesbeth: “De theorie van Maria Thun vind ik een vreemd samenraapsel van twee verschillende indelingen van de Dierenriem. We spreken over de twaalf beelden van de Dierenriem en de twaalf tekens. Dat is niet hetzelfde, maar heeft wel veel met elkaar te maken. De Dierenriembeelden zijn de twaalf sterrenbeelden van de Dierenriem. Wanneer ze 's nachts aan de hemel staan, lichten ze op.

Sommige beelden zoals de Ram en de Weegschaal zijn klein, andere zoals de Vissen, de Stier en de Maagd zijn groot. De maan heeft twee dagen nodig om het kleine sterrenbeeld de Ram te doorlopen, drie dagen voor de Stier en vier voor de Maagd.

De Dierenriemtekens zijn echter alle twaalf even groot, namelijk 30º. Een Dierenriemteken heeft bovendien duidelijke grenzen. Op de eerste lentedag komt de zon in het teken Ram, op de eerste zomerdag in het teken Kreeft. Tegenwoordig overlapt 'het sterrenbeeld Ram' slechts gedeeltelijk 'het Dierenriem-teken Ram'; dit roept vaak verwarring op.

Met tekens is het veel gemakkelijker rekenen dan met beelden van verschillende grootte. Pas na 1928, toen de beelden grenzen hadden gekregen, zijn de astronomen gaan berekenen in welk sterrenbeeld een planeet staat. Daarvoor spraken zij ook over bijv. Venus in het teken Schorpioen.

Interessant is dat Elisabeth Vreede tijdens de Landbouwcursus (1924) ten behoeve van het bestrijden van muizen de plaats van Venus in het teken Schorpioen berekende, terwijl ze vanaf 1929 in de Sterrenkalender de plaats van Venus in het sterrenbeeld Schorpioen berekende.

Maria Thun werkt enerzijds met de plaats van de maan in een Dierenriembeeld; anderzijds gebruikt ze de oude indeling van de 12 Dierenriemtekens in vier trigonen. Een trigoon is een gelijkzijdige driehoek tussen drie tekens. In de astrologie wordt gesproken over het aarde-, water- lucht- en vuurtrigoon. Het aardetrigoon is de gelijkzijdige driehoek tussen de drie zogenaamde aardetekens Stier, Maagd en Steenbok. Zou je een driehoek tekenen tussen de drie sterrenbeelden, dan zijn die lijnen niet meer even lang en zijn die hoeken niet meer 60°. Hoeken van 60°, 90° en 180° hebben in de astrologie een bepaalde betekenis. Juist op die hoeken van 60° was deze indeling van de 12 tekens in vier elementen gebaseerd. Maar die hoeken van 60° ben je min of meer kwijt als je werkt met de ongelijkmatig grote beelden.

Maria Thun heeft van de twee indelingen van de Dierenriem op een willekeurige wijze een eigen Dierenriemmodel gemaakt.

Kosmos: orde en schoonheid

Liesbeth: “In de Landbouwcursus wordt veel over de maan en de planeten gesproken. De maan is gevoelsmatig veel dichter bij dan de planeten. Het werken met de zaaikalender wordt vaak beleefd als het in ere herstellen van het werken met de maan, zoals de boeren dat vroeger konden. Het bevredigt de behoefte de blik te verruimen, meer te doen dan het verzorgen van het puur aardse. Maar werken met de zaaikalender en niet zelf de gang van de maan en de Dierenriem volgen, daar klopt iets niet. Je hebt immers innerlijke beelden nodig om vrij en goed te kunnen handelen.

Je kunt op vele manieren met de kosmos aan de slag. De kwaliteiten van de Stier, Tweelingen, Kreeft enz. zijn kwaliteiten die je in de natuur en ook bij jezelf kunt herkennen. Aan de hemel laten Stier en Schorpioen tegengestelde eigenschappen zien. Inzicht in tegenstellingen en hoe die in een bepaald spanningsveld staan, kun je gebruiken als leidraad bij je werk.

Kosmos is het Griekse woord voor schoonheid en orde. Iets is mooi als het past in het geheel. Er is sprake van gezond leven, wanneer alle organen en zintuigen functioneren als een samenhangend geheel. Hier ligt een uitdaging voor de bd-landbouw: hoe kan het bedrijf mooier worden, meer een geordend samenhangend geheel, een organisme. Je kunt bijv. een eenzijdigheid aanvullen, zoals bloemen toevoegen waardoor ook bijen en insecten komen, of een haag planten om vogels te lokken of vee inscharen. Vorig jaar hadden we de schokkende ervaring hoe kaal en verlaten de Nederlandse weiden zijn als de koeien ontbreken. Sindsdien waardeer ik koeien met horens in de wei nog meer, dat is een fraai, bevredigend gezicht.”

Home · contact · Stichting Een Klaar Zicht © 1995 - 2020