menu

Ochtendrood, water in de sloot..... Red in the morning, shippers warning...

Aan de maansikkel is af te lezen, waar de maart-zon zal opkomen.

In maart staat de ochtendsikkel bijna rechtop. De zon zal veel verder naar links, noordelijker, opkomen (foto Karl Cap 2-3-2011)

De ochtendzon en hetzelfde landschap in december. De opkomst van de decemberzon is meer naar rechts, zuidelijker, dan in maart

(foto Karl Cap 23-12-2010)

Methodisch-didactisch "de zon als grondslag"

Een tekst bestemd voor de derde druk van het lerarenboek " Sterrenkunde voor klas 7 van de Vrije School".

Waarom een uitgebreide ruimtelijke bespreking van de zonnebanen bij het vak Sterrenkunde?

Veel leerlingen verwachten van de periode Sterrenkunde dat ze leren de sterrenbeelden aan de hemel te herkennen. Een bordtekening met de sterren van de Grote Wagen, de Kleine Beer en de Poolster, of van Orion, of van het sterrenbeeld dat 's avonds opkomt, springt in op deze behoefte. Het leren kennen van de sterrenwereld wordt echter onnodig moeilijk als het op- en ondergaan van de zon en de verschillende zonnebogen door het jaar heen niet besproken worden!

Te langdradig bespreken van de actuele zonsopkomst, zonnebaan en zonsondergang en de zonnebogen door het jaar heen zou te kinderachtig zijn. De kinderen willen immers een nieuwe, onbekende wereld verkennen. Een goede mix van "aanbieden van nieuwe sterrenbeelden" en het degelijk werken aan een ruimtelijke voorstelling van de zonnebanen in de eerste periodeweek legt een goede grondslag voor het bespreken van de Dierenriembeelden, de maan en de planeten.

De meeste leerlingen realiseren zich dat de zon in de winter veel lagere en kleinere hemelbanen doorlopen dan in de zomer. Wanneer je dat ervaren hebt, kun je gemakkelijker meegaan, wanneer de leerkracht vertelt "Onder Orion fonkelt Sirius. De kleurrijk fonkelende ster tussen de kale winterbomen of laag boven de huizen is veruit de helderste ster van het firmament. Deze ster klimt relatief weinig. Wanneer hij 's avonds in het zuiden het hoogste punt van zijn hemelboog bereikt, staat hij net zo laag als de zon op het midden van de dag (eind januari). Orion klimt aanzienlijk hoger. De sterren van de gordel bereiken in het zuiden dezelfde hoogte als de maart-zon."

Het bewust worden van het gegeven dat de zon van ongeveer midden juni (21 juni) tot ongeveer midden december (23 december) steeds zuidelijker opkomt en ondergaat (dalende zon, inwikkelende zon) en na de donkerste dagen steeds noordelijker hemelbogen beschrijft (stijgende zon, uitwikkelende zon) kan nogal een verrassing zijn. Het volgen van veranderingen vraagt immers een andere wakkerheid dan het vaststellen hoe het nu is. Door het uit- en inwikkelen van de zon te bespreken krijgen veel min of meer gedroomde ervaringen hun plek in een grotere samenhang. (De kamers op het noordoosten en het noordwesten krijgen 's zomers wel zonlicht, maar 's winters niet. In de kamers op het zuiden komt het zonlicht 's winters veel verder binnen door de lage stand van de zon). Bij het bespreken van de waarnemingen aan de maan (de avondsikkel gaat de volgende avond noordelijker onder), kunnen we de dagelijkse veranderingen van de wassende maan vergelijken met de veranderingen van de zon in de komende maanden.

Er zijn veel redenen om tijdens de sterrenkundeperiode steeds weer over de zon te spreken. Enige minder bekende motieven zijn:

Home · contact · Stichting Een Klaar Zicht © 1995 - 2020