Home

Wega (Lier), Deneb (Zwaan en Noorderkruis) en Altair (Arend) vormen een groots driehoek, de Zomerdriehoek (zie voor de mythologische gestalten W.Perrey: Sternbilder und ihre Legenden, Urachhaus)

De Zomerdriehoek omspant de oostelijke avondhemel

Een warme zomerse avond biedt een aangename gelegenheid om waar te nemen hoe de sterrenhemel geleidelijk op gaat lichten. De oosterlijke hemel, die als eerste donker wordt, biedt deze maanden het meeste. Als eerste verschijnt Wega. Het zien van zo'n eenzaam lichtpunt aan die immens grote, blauwe hemel geeft de blik als het ware een houvast. Deze ster markeert het gebied van de Lier (zie de afbeelding). In de noordelijke gebieden zullen de lichtzwakke sterren van dit kleine beeld deze maanden niet zichtbaar worden. De hemel wordt 's nachts niet voldoende donker; aan een grijze hemel worden lichtzwakke sterren niet zichtbaar. In de meer zuidelijke gebieden verschijnt de Lier laat op de avond wel in al zijn tere lichtschakeringen.
Wega dient als wegwijzer voor het verkennen van de gehele oostelijke hemel. Het is de helderste ster van de zogenaamde Zomerdriehoek, drie opvallende sterren die een grote rechthoekige driehoek vormen. Door regelmatig naar deze duidelijke, gemakkelijke oriëntatiehulp te kijken, krijg je een goed zicht op de gang van de sterren (in het algemeen).
De beide andere sterren van de Zomerdriehoek zijn de helderste sterren van vogels: de Zwaan en de Arend. Linksonder de blauwige Wega staat de witte Deneb. Deze Arabische naam betekent staart. Wanneer de hemel volkomen donker is, zijn de wijd uitgespreide vleugels van de Zwaan goed te zien. Aan een grijze hemel lichten van de vleugels alleen de helderste sterren op. Hier kun je een groot kruis in zien, zie de lijnen op de afbeelding. Deneb markeert niet alleen de staart van de Zwaan, maar ook het hoofd van het zogenaamde Noorderkruis.
Veel lager onder Wega staat de geelwitte Altair, het is de helderste ster van de Arend. Zijn naam is afgeleid van het Arabische woord voor Arend. Altair is (behalve door zijn plaats in de Zomerdriehoek) ook te herkennen aan de zwakkere ster boven hem en een nog zwakkere ster onder hem. Van deze vogel zijn de vleugels, die ver uit elkaar staan en lichtzwak zijn, moeilijk te herkennen. Altair lijkt de zwakste ster van de Zomerdriehoek. Later op de avond, wanneer ze hoger boven de nevels is uitgekomen, blijkt ze echter helderder te zijn dan Deneb.
Het zien van de Zwaan roept een andere stemming op dan het kijken naar de Arend. De breed uitgeslagen vleugels van de vliegende Zwaan maken een grootse indruk; de kop valt nauwelijks op. Het licht van de Arend is het ware toegespitst in Altair, de hoofdster.

Op zijn eerste levensdag maakte de vernuftige god Hermes uit de schaal van een schildpad met zeven snaren schapendarm een lier. Dezelfde nacht nog stal hij bij zijn broer, de stralende Apollo, de beste runderen. De helderziende god, de god van kunst en wetenschap, vermoedde dat de dief een zoon van Zeus moest zijn. De baby deed alsof hij van niets wist, holde naar de Olympus toe en probeerde zich bij Zeus vrij te praten. De oppergod barstte in lachen uit en beval Hermes dat hij de runderen teruggaf. Toen deze met de kudde ook nog een grap uithaalde, ontstak Apollo in woede. Hermes pakte zijn lier en begon te spelen. Apollo was opeens vervuld van vreugde. De broers kwamen in gesprek en loofden elkaars voortreffelijke eigenschappen. De lier werd geruild voor de kudde.
Wanneer Orpheus, een gunsteling van Apollo, op de lier speelde, werden zelfs leeuwen en beren tam. Ook bomen en rotsen bogen zich voor hem. De liederen ontroerden Hades, de god van de Onderwereld, zozeer, dat Orpheus zijn innig geliefde echtgenote mee terug mocht nemen naar de aarde.

Voor a tempo 6/2000

Share on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

© Stichting Een Klaar Zicht 1995-2019

 

naar bovencontact  ·  home