Home

"De plant in het jaarverloop, het jaarverloop in de plant"

Een literatuurstudie van het
morfologisch jaarverlooponderzoek
van Jochen Bockemühl
met commentaar vanuit voedingskundig oogpunt

Louis Bolk Instituut, Driebergen.
Part-time onderzoek 1995-1998


Inhoud

1. Inleiding
2. Wortelvatenonderzoek 1967-1969
3. Compostonderzoek 1969-1971
4. Een meerjarig onderzoek naar de vormende krachten van het jaarverloop 1968-1972
4.1 Inleiding
4.2 Het experiment met klein kruiskruid (Senecio vulgaris)
4.3 Beschouwingen
5. Beoordeling van de werking van bloempotten op planten 1970-1972
6. Over de klaproos en verwante soorten 1971-1973
6.1 De ontwikkeling van klaproos
6.2 Vormverandering en substantievorming
6.3 De ontwikkeling van klaproos in het jaarverloop
6.4 Verwante soorten
7. Voedingskundig onderzoek aan radijsjes 1972-1975
7.1 Inleiding
7.2 Methodische opmerkingen
7.3 Het radijsje
7.4 Het jaarverloopexperiment bij radijs
7.5 Over de verhouding tussen plantenproces en menselijke voeding
7.6 Vergelijking tussen de plantenontwikkeling en het menselijke beleven in licht en schaduw
8. Afronding
8.1 Vervolgonderzoek waarin gebruik wordt gemaakt van de jaarverloop
8.2 Samenhangen tussen de vorm van de plant, haar standplaats en het tijdstip van bloeien
8.3 Voedingskundig nawoord over de relatie van de plant tot zijn oerbeeld en tot het jaarverloop
Eindnoten
Literatuur

1. Inleiding

Het thema van deze literatuurstudie is de ontwikkeling van de plant in samenhang met de seizoensveranderingen door het jaar heen. De plant ontwikkelt zich onder wisselende omgevingsinvloeden. Voor het verkrijgen van inzicht in het tijdsgebeuren moet de onderzoeksmethode zodanig zijn dat de processen in hun dynamiek bestudeerd worden. De antroposofische bioloog Jochen Bockemühl heeft meerdere stappen gezet op de weg naar een 'ganzheitliche Anschauung'.
Enkele methodische opmerkingen:"

"Wollen wir sie (LB: die Pflanzenformen) dagegen zeitlich erfassen, so müssen wir unsere Betrachtungsweise ändern. Etwas unter dem Aspekt der Zeit zu betrachten, bedeutet, sich für Verwandlungen empfänglich zu machen, sich selbst der sinnlich gegebenen Anschauung gemäß in Bewegung zu bringen. Indem wir so die einzelnen Formen nacheinander betrachten und in der Vorstellung ineinander überführen, bringen wir anfänglich die Zeit wieder hinein." (El.N. 16, 1972).
"... soweit wie möglich beim ursprünglichen, einheitlichen Eindruck der Erscheinungen zu bleiben. Für die Pflanze bilden die sich ständig wandelnden Lebensbedingungen eines Ortes eine einheitliche Umwelt, auf die sie ganzheitlich antwortet und selbst gestaltend zurückwirkt. Was dabei geschieht, findet in ihren Formen einen bildhaften Ausdruck.
Die zunächst aus dem Zusammenhang herausgelösten und dadurch zum Bewusstsein gebrachten einzelnen, an der Pflanze gewonnenen Bilder sollen in diesen Zusammenhang durch die eigene Tätigkeit wieder eingefügt werden. Es geht darum, im Übergang von einem zum anderen Bild den Zusammenhang erlebend zu realisieren und so die einzelne Erscheinungen sich innerhalb der jeweils erfassten Ganzheit als Geste aussprechen zu lassen. Auf diesem Wege werden Anschauungen von Qualitäten gesucht, nicht abgesonderte Ursache-Wirkensbeziehungen oder Normen."

Het innerlijk navoltrekken van het gebeuren houdt veel meer in dan een uiterlijke vergelijking. De chemicus Manfred von Mackensen benadrukt dat onderzoek naar bijv. de ontwikkeling van een plant van de onderzoeker veel méér innerlijke beweeglijkheid vraagt dan met een grafische blik kijken naar het beeldmateriaal en het registreren van verschillen (voordracht lerarenconferentie, 1993).

Elk onderzoek staat of valt met de proefopzet. Voor morfologisch onderzoek moet het experiment zodanig worden ontworpen dat er beeldmateriaal kan ontstaan dat zeggingskracht heeft. Bockemühl spreekt over 'Experimente zur Erweiterung der Anschauung'.
Over experimenteel onderzoek aan de plant in het jaarverloop bestaat uiteenlopende literatuur.
Ate Koopmans heeft aan de mistel kristallisatieonderzoek gedaan (El.N. 16, 1972). Op het Carl Gustav Carus-Institut zijn er botanisch gespecialiseerde experimenten verricht (bijv. C. Liesche, 1986; B. Heyden, 1987). De Zweed G. Rappe heeft bij granen die op verschillende noorderbreedtes geteeld waren naar het jaarverloop gekeken (publicaties in 1946-1977).
Voor het beoordelen van de produktkwaliteit van planten hebben meerdere onderzoekers ook gekeken naar de plant in het jaarverloop; zie bijv. het wortelonderzoek van Jan Bokhorst (1982), het suikerbietenonderzoek van Tom Saat (1984).

Bij de keuze van de literatuur is niet gestreefd naar volledigheid. In deze literatuurstudie wordt alleen (een deel van) het experimenteel onderzoek van Bockemühl en zijn visie op de plant in het jaarverloop besproken.

De schrijfster (LB) had voor het begrijpen van het werk van Bockemühl veel aan het geesteswetenschappelijk onderzoek van Rudolf Steiner. Zijn teksten worden echter niet expliciet besproken. Ook waardevol werk van biologen zoals Frits Julius e.a. is niet opgenomen. Wolfgang Schad beschreef in zijn botanisch artikel over 'Wandlungen der Metamorphosen' (1990) ideeën over de ontwikkeling van de plant op zo'n wijze dat deze tekst direct aansluit bij het thema. Ook dit valt buiten het kader van deze literatuurstudie over experimenteel onderzoek.

De reeks artikelen van Bockemühl in het tijdschrift 'Elemente der Naturwissenschaft (El.N.)' zijn de vruchten van het werk van meerdere mensen. Vanaf eind jaren zestig hebben de medewerkers van het 'Forschungslabor am Goetheanum' en later ook studenten* aan planten, bomen, landschappen, vogels, insekten enz. in jaarverloopstudies waarnemingen verricht en samenhangen ontdekt.

* In de jaren zeventig ontstond voor mensen die hun werk met de natuur op een nieuwe wijze willen beoefenen het antroposofisch natuurwetenschappelijke studiejaar, genoemd het 'Studie- en onderzoeksjaar aan het Goetheanum'.

In het tentoonstellingsboek 'Lebenszusammenhänge' (1980) staan meerdere hoofdstukken over 'der Jahreslauf als Ganzheit in der Natur'. Bockemühl begint met meer methodische beschouwingen over de wijze waarop je als mens je tot het jaarverloop verhoudt.

"Het jaarverloop kan niet in afbeeldingen worden weergegeven. We kunnen slechts beelden van afzonderlijke ogenblikken meer of minder goed vastleggen en zo bepaalde belevenissen in de herinnering roepen. Maar de samenhang bestaat in de verbinding van het ene beeld met het andere, die we zelf maken en die tevens onzichtbaar ten grondslag ligt aan de reeks verschijnselen. ...
De eigen verbindende activiteit maakt ons opmerkzaam, hoe in elk beeld iets ligt, dat ernaar streeft te veranderen in het volgende beeld. ...
Hoe dieper wij binnendringen in het beleven van het jaarverloop, des te duidelijker vormt zich in ons de achtergrond van waaruit alle natuurverschijnselen beginnen te spreken" (hoofdstuk 14).

Vervolgens biedt het boek een samenvatting van zijn experimenteel jaarverlooponderzoek en de daaraan ontwikkelde inzichten. Bij de bespreking van de literatuur is echter gekozen voor een chronologische volgorde. Hiervoor zijn de artikelen uit Elemente der Naturwissenschaft bestudeerd. Er is gestreefd na te gaan:
ï¡ï¿¾ uit welke vraagstelling de experimenten waren voortgekomen,
ï¡ï¿¾ de wijze waarop de experimenten zijn 'ontworpen',
ï¡ï¿¾ hoe de praktische uitvoering verliep,
ï¡ï¿¾ hoe op grond van de experimenten bepaalde inzichten konden ontstaan*,
ï¡ï¿¾ welke nieuwe onderzoeksvragen ontstonden.

* Zie voor de basisbegrippen in de goetheanistische natuurwetenschap de literatuur. In meerdere onderzoeksverslagen worden begrippen zoals de vier vormbewegingen van een bladvormenreeks nader toegelicht.

Het jaarverlooponderzoek van Bockemühl heeft in zich de potentie op het gebied van de landbouw, de veredeling, de farmacie en de voeding tot een nieuw handelen te komen. Hiervoor is nodig dat men aan de omgang met levensprocessen een levendig, aanschouwend denken ontwikkelt. Goed beeldmateriaal waarmee de ontwikkeling van de ene plant vergeleken kan worden met de ontwikkeling van de andere plant draagt hieraan bij. Het leren lezen van de verschillen in de ontwikkeling is een van de activiteiten die geoefend moeten worden.
De literatuur is bestudeerd met de vraag naar de mogelijke voedingskundige consequenties van het jaarverlooponderzoek. In de tekst staan commentaren die uit deze invalshoek zijn geschreven.

2. Wortelvatenonderzoek 1967-1969

Het onderzoek 'Gartenkresse, Kamille, Baldrian' (El.N. 11, 1969) was opgezet om via de nieuw ontwikkelde methode van de wortelvaten waarnemingen te verrichten aan de groei van de planten in verhouding tot de bovengrondse ontwikkeling. Bockemühl had zich als opgave gesteld te komen tot een 'rationelle Organik': "Die Bildebewegungen verschiedener Pflanzen vergleichend darzustellen und daran allgemeine Gesetzmässigkeiten des Lebendigen und charakteristische Züge einzelner Arten herauszuarbeiten."
Uit het experiment ontstonden interessante gezichtspunten over het jaarverloop. Bockemühl kon karakteristieke verschillen tussen de tuinkers, de kamille en de valeriaan aangeven door te kijken hoe deze planten zich in het jaarverloop ontwikkelden. Hij beschreef de ontwikkelingsdynamiek van de plant in het jaarverloop en stelde vragen over de ontdekte samenhangen.

Tuinkers Gartenkresse Jochen BockemÃ
<p class='nietprinten' style='clear:both;margin-top:36px;font-size:13px'><img title='pagina afdrukken' alt='' onclick='window.print()' onmouseover='icon_aan(Share on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

© Stichting Een Klaar Zicht 1995-2018

 

naar bovencontact  ·  home