De maanDe schijngestalte van de maan verandert van dag tot dag. De maan komt de volgende dag gemiddeld een klein uur later op en bevindt zich op een bepaald tijdstip oostelijker aan de hemel. De maan ziet er de volgende dag anders uit. Het wassen van de maan van een tere sikkel tot volle maan duurt ruim twee weken. Daarna neemt de maan af. In de week na volle maan ziet de afnemende maan er aan de rechte kant gebocheld uit. Na afnemende halve maan wordt de maan een steeds kleiner wordende sikkel. De afnemende maan is 's ochtends voor zonsopkomst zichtbaar. Het afnemen van de maan duurt eveneens ruim twee weken. De lichtgele zon markeert dag waarop de maan bij de zon staat, dan is de maan niet zichtbaar (de astronomen spreken over de nieuwe maan). De maan zal na haar conjunctie met de zon aan de avondhemel verschijnen als een tere sikkel. Na ongeveer 29 dagen verschijnt de wassende maansikkel weer (deze wordt door velen de nieuwe maan genoemd) Elke maand snelt de maan aan de zon en alle planeten voorbij. Onderstaand kalendarium (Sterren- en Planetenkalender) laat met een oogopslag zien op welke dagen de maan bij een planeet staat. De planeten hebben in het kalendarium hun symbolische kleuren. De afnemende maan trekt op de vijfde van de maand als een sikkel aan Venus (groen) voorbij. Er is tussen 0 en 24 uur een samenstand. Twee dagen later staat de maan als een ragfijne sikkel bij Jupiter (oranje). De gebochelde wassende maan trekt op de 20ste aan Mars voorbij, de gebochelde afnemende maan op de 25ste aan Saturnus
De maanfases in groter formaat I Het snelle pendelen van de maanHet verschijnen van de maan verrast ons keer op keer. Nu eens staat ze zo laag aan de zuidelijke hemel. Twee weken later klimt ze echter zo hoog als de zon in juni.
Mogelijke posities van de wassende maan in een groter formaat.
Van alle Dierenriembeelden doorlopen de Stier en de Tweelingen elk etmaal de
hoogste en de langste hemelbogen.
Wanneer de maan zich bevindt in de Stier of de Tweelingen, dan komt ze ongeveer zo noordelijk
op als de zon in de juni en staat ze lange tijd hoog aan de hemel.
Na twee weken bevindt ze zich al in de Schorpioen of Schutter en beschrijft ze in het zuiden een korte en lage baan.
De maan pendelt tussen zijn hoogste en laagste hemelbogen.
|