Inleiding en overzicht

De teksten hebben als doel dat de leerkracht en de leerlingen de verschijnselen aan de hemel intensiever kunnen waarnemen en beleven. Sommige zijn meer praktisch van opzet; andere geven een inhoudelijke toelichting en er is een geschiedkundige beschouwing over de namen en de gestalten van de sterrenbeelden. Onderwerpen zijn bijv. het waarnemen en het tekenen van de sterrenbeelden, het verschijnen van de zon, de Dierenriem, de maan en de planeten. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat ook voor de leerkracht de sterrenhemel een onbekend gebied is. Aan de methodische opbouw is daarom veel aandacht besteed.

Wanneer ruime tijd voordat de periode sterrenkunde begint de heldere avonden benut worden om vertrouwd te raken met de verschijnselen aan de hemel, kun je de leerlingen helpen zich te oriënteren in de wereld die ze zo graag willen ontdekken.

Deze teksten zijn een aanvulling op bestaand materiaal. Helaas is veel goed materiaal slechts antiquarisch te verkrijgen. Zie voor feitenmateriaal, basiskennis en aanvullende gegevens de literatuurlijst. In de de lerarenbibliotheek zou in elk geval het 'basispakket' aanwezig moeten zijn.

Voor de leraren die in de periode sterrenkunde met de leerlingen willen gaan knutselen, is er zorgvuldig uitgewerkt materiaal. Veel kinderen van deze leeftijd maken graag een kwadrant, een instrument dat er best ingewikkeld uitziet en waarmee ze zelf iets kunnen gaan ontdekken. Bij het kleurrijk intekenen van bijv. de Dierenriemkaart doen ook kinderen met minder technische belangstelling graag mee. Het zelf in elkaar zetten en het leren hanteren van deze kaarten is een goede oefening in het ruimtelijke voorstellen en het geordende denken. De tekst  is bestemd voor de leerkracht; voor hen zijn de beschrijvingen van de werkwijze zo uitvoerig opgesteld.

Voor een optimaal resultaat moet met uiteenlopende details rekening worden gehouden. Wanneer we enige notie van de bewegingen aan de hemel hebben en begrijpen wat het instrument 'inhoudt', zullen echter de handelingen voor zichzelf spreken. Voor de leerlingen kunnen de aanwijzingen veel beknopter zijn. Een mooi uitgewerkt voorbeeld bespaart heel wat uitleg en verbeteringswerk. Veel varianten zijn mogelijk. Bij het maken van een uitvoering die meer geschikt is voor de betreffende klas, zullen waarschijnlijk geen onoverkomelijke problemen opduiken zolang de grootte blijft zoals deze is aangegeven. Wanneer je ook de maten wilt veranderen, moet je van het instrument de wetmatigheden die aan het ontwerp ten grondslag liggen, terdege kennen.

Draaibare kaarten en andere modellen zijn echter ook aanleiding tot het vormen van simpele, schematische opvattingen van de kosmos als een eeuwig draaiend uurwerk. Een mechanische heliocentrische benadering is een abstractie. Ja, ook de geocentrische voorstelling van een mens op de wereldbol heeft niets te maken met de werkelijkheid waarin je leeft. Je rijk gedifferentiëerde, veelstemmige verhouding tot je leefomgeving verengt zich tot een doodse voorstelling. In  'Het omgaan met modellen' wordt hier nader op ingegaan.

In het geschiedkundige artikel is o.a. de ontstaanswijze van de ruimtelijke voorstelling van de Dierenriem beschreven. Ook de verschillen tussen de twaalf Dierenriemtekens en de twaalf Dierenriembeelden en het ontdekken van de verschuiving van het lentepunt (het Platonisch Wereldjaar) zijn toegelicht. Deze inhoud is niet bedoeld als vertelstof voor zevende klassers, maar als een hulp voor de leerkracht. Het kennen van het cultuurgoed van de namen en de gestalten van de sterrenbeelden is een voorwaarde tot het kunnen beoordelen van opvattingen, theorieën. Je kunt bewuster met leerlingen vragen bewegen, als iemand bijv. zegt: "Ik ben een Ram".

Er is niet gestreefd naar volledigheid. Zo zijn bijv. de biografieën van de bescheiden domheer Nicolaus Copernicus, de krachtige Deense edelman Tycho Brahe en het rekengenie Johannes Kepler niet opgenomen. De opbouw van afzonderlijke onderwerpen, zoals de zon in de Dierenriem, is wel methodisch uitgewerkt, maar er is geen concept gegeven voor de opbouw van de hele periode. Eigen componeerwerk is de basis voor een boeiende les. Bij een periode sterrenkunde ben je afhankelijk van wat de hemel laat zien. De plaats van de periode binnen het schooljaar, de leefomgeving van de kinderen én hun verwachtingen zijn steeds anders. De hoop van de schrijfster was dat de leerkracht even enthousiast de sterrenkundeperiode begint als de leerlingen. En dat het vertrouwen in een goede periode vol van ontdekkingen met de dag zal groeien.