Home

De vertaalster Johanna Hoek (1949-2016) heeft het vertaalwerk gedaan uit enthousiasme voor de inhoud. Enige opmerkingen van haar:


.... dat men dus, wanneer men de verschijnselen van de magneetnaald wil verklaren, men het bereik van de magneetnaald zelf moet verlaten en moet proberen om met de elementen die men ter verklaring erbij wil halen,
IN DE TOTALITEIT TE GAAN STAAN. DE TOTALITEIT GEEFT PAS DE MOGELIJKHEID OM DE VERSCHIJNSELEN DIE TOT DE GEBEURTENISSEN VAN DEZE TOTALITEIT HOREN TE KUNNEN VERKLAREN.

Deze methodische regel wordt weliswaar voor bepaalde verschijnselen, men kan zeggen, bij zaken die zeer aan de oppervlakte liggen, in acht genomen, maar bij de verklaring, bij het begrijpen van gecompliceerde verschijnselen, wordt deze regel niet in acht genomen....
hetzij,.... iemand komt, en herkent onmiddellijk daarin de constitutie van de wereld ... ...

24 maart 2013


Ik zou wel graag willen proberen, onder woorden te brengen, wat mij aan deze voordrachten zo enthousiast maakt, dat ik ze zo heel graag toegankelijk wil maken voor mensen, die liever Hollands dan Duits lezen en iets voor een verdiepende relatie tot de sterrenhemel over hebben, of ook, er vreugde in scheppen, om voor moeilijke, geesteswetenschappelijke inhouden, in de Hollandse taal de juiste uitdrukkingen te vinden.

Nu, het eerste wat men langzamerhand, in de loop van de voordrachten gaat merken is, dat men in een proces terecht komt. Een proces waarbij men gaat voelen: ja, mijn gewoonlijke manier van denken en waarnemen die zou ik, inderdaad, wel eens van grond af aan volkomen willen veranderen....Men krijgt gewoon tenslotte zelfs een soort gevoel van schaamte, dat men zo bevangen is in zijn eigen tot gewoonte geworden begrippen en voorstellingen “makelaardij”. Want juist daar begint men nu eens een zo echt klaar zicht op te krijgen! Hoe passief, star, vast en in zich afsluitend deze begrippen eigenlijk allemaal zijn, waarmee wij gewoonlijk leven. Hoe vaster, hoe zekerder! Natuurlijk is het heel belangrijk dat wij dit kunnen, anders zou men bijv. een sleutel van de huisdeur niet van een suizende engel kunnen onderscheiden, d.w.z. de sleutel niet in zijn zak kunnen steken en er zijn eigen huisdeur mee openen en ook weer mee afsluiten.
Maar al die begrippen die wij bijvoorbeeld voorwerpen noemen in de zintuiglijke wereld, en daar verder niet over nadenken, die hebben wij wel allemaal eerst zelf gemaakt! Die werden ons beslist niet vriendelijk geschenkt door een goedige god, opdat wij ons in onze eigen woning op aarde zeker kunnen voelen. Wij, als mens, drukken, wat geestelijk beweeglijk en vol leven is, zelf eerst tot dit dode ding hier voor ons samen, en noemen het dan sleutel of woningdeur etc, die zich gedurende ons hele leven dan niet meer veel veranderen. Alleen, wij doen dat totaal onbewust, gewoon uit gewoonte, en razendsnel. En alle huidige wetenschappen, die zijn boordevol van dit soort vaste ding-begrippen-denken. Nu, voor vele mensen is tegenwoordig ook het begrip ster al evenzo een ding, of het begrip planeet of Orionnevel. Dingen die je weliswaar niet met je hand, maar toch wel nog met het oog kunt pakken. Maar dat heeft voor de niet-als-astronoom-opgeleide mens, ook een groot voordeel, dat wij er met onze eigen hand niet bij kunnen en ermee manouvreren, zoals met onze sleutel. Want wat daar boven ons aan de hemelkoepel zo groots zich uitbreidt en veelal mooi beweegt, dus niet door onze hand beweegt, lijkt nu wel als door een andere, veel machtiger hand als de onze te bewegen. En iets van majesteit en eerbied kan onze ziel bij deze aanblik overkomen. Nemen wij dit gevoel menselijk ernst, dan openen wij ons al iets meer voor alles, waar het in deze voordrachten eigenlijk om gaat: Namelijk om in alles wat zich in de wereld en in ons mensen aan ons voordoet, kwaliteiten i.p.v. “dingen” te gaan ontdekken en in deze kwaliteiten proberen te leven. Dus de verleiding te weerstaan, zekerheden voor de kennis te zoeken, in het ding, maar evenzo in berekeningen van de mathematiek, of in de wetten van de mechaniek, die ons zo doodzeker lijken:

“Wij moeten astronomische beschouwingen weghalen van de dingen, die wij kunnen vervolgen wanneer wij alleen maar in de sfeer van de aanschouwing blijven, of ook, wanneer wij met het telescoop of met berekeningen of met de mechaniek daaraan gaan.....” (na 7 voordrachten, dus in de 8e)

Dat kunnen wij natuurlijk eerst helemaal niet. Dat moeten wij ons eerst met moeite veroveren. Bijvoorbeeld de beweging van een planeet, die wij na het vervolgen van zijn beweging “lus” noemen, nu ook naar zijn kwaliteit, die wij daarbij in ons voelen, te kunnen onderscheiden van een beweging van deze of een andere planeet waarbij geen lusvorm ontstaat. Dat wij aan dit verschil iets gaan beleven. En als wij dat beter kunnen, langzamerhand, steeds beter, dan kunnen wij kwaliteiten van de hemelverschijnselen ook met kwaliteiten die wij innerlijk bezonnen, eveneens aan en in de mens kunnen beleven, met elkaar in samenhang brengen:

“....Wij moeten, wat astronomie is, binnenleiden in datgene, wat zich uitdrukt in dit gevoelige instrument, de (menselijke) organisatie.” (D.w.z. de hele mens als het middel beschouwen, als het instrument voor een waar astronomisch onderzoek. jh)

En het geweldige gevolg daarvan is, dat de mens ophoudt alleen maar met zijn eigen kleine parapluutje op aarde te wandelen, met de eigen sleutel van zijn eigen woning op zak, maar dat de mens heel, heel groot wordt, zo groot als het hele heelal. Er onlosmakelijk deel van uitmaakt. En er ook verantwoordelijk voor is, wat er met hem en zijn kosmos in de toekomst zal gaan gebeuren.
Dat ongeveer is de vonk van vuur, die in deze voordrachten ook de ziel doet ontvlammen: Zichzelf te leren kennen in zijn (denk)gewoontes, die echter uiteindelijk blijken, de mens onder zijn eigen maat te stellen, wanneer hij deze gewoontes voor het enige, ware en absolute zou gaan beschouwen. En het uitzicht op wegen, waarop de mens weer zijn eigen, ware, grote opdracht in het grote geheel, waaraan hij meebouwt, zal weten te vinden.

22 maart 2013


Zelf vind ik, eerlijk gezegd, dat dit werk eigenlijk gewoon in de Haagse Koninklijke- Bibliotheek hoort, als Geestesgoed van de Europese mensheid. Met een voorwoord, waarom het hier gaat. En misschien in een mooi boek ingebonden... Maar ook in de universiteitsbibliotheken.

30 januari 2013


Share on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

© Stichting Een Klaar Zicht 1995-2017

 

naar bovencontact  ·  home