
De Dierenriemkaart "Tweelingen"
De Tweelingen schijnt in januari de hele nacht.
Tijdens de avondschemering verschijnen Castor en Pollux in het noordoosten in een
liggende houding.
In de loop van de avond stijgen ze hoger en hoger. Te middernacht staan ze zo hoog als de zon in de langste tijd van het jaar.
De sterren van de Tweelingen beschrijven gedurende de lange winternacht een hoge hemelboog van noordoost naar noordwest. In januari zijn ze tijdens de ochtendschemering in het noordwesten te bewonderen.
Ze zien er geheel anders uit dan toen ze opkwamen!
De heldere sterren van de hoofden van de Tweelingen, Castor en Pollux, bevinden zich
bij het dalen boven de sterren van het lichaam. Het sterrenbeeld heeft aan de
noordwestelijke hemel een staande houding.
De Tweelingen komen elk etmaal in het noordoosten op en beschrijven elk
etmaal dezelfde grote, hoge hemelboog.
Een sterrenbeeld komt een maand later twee uur vroeger op en gaat twee uur vroeger onder.
De Tweelingen staan in januari de gehele nacht aan de hemel. Een half jaar later staan ze overdag aan de hemel. Dan gaan ze samen met de zon op en onder en zijn ze niet te zien.
De sterren bewegen sneller dan de zon van oost naar west. Ze hebben 23 uur en 56 minuten nodig voor hun rondgang. Ze bereiken de volgende dag 4 minuten
vroeger het hoogste punt van hun hemelbog aan de zuidelijke hemel.