De twaalf sterrenbeelden van de Dierenriem

Vooral de beginnende sterrenkijkers zullen de twaalf nieuwe Dierenriemkaarten met plezier bekijken. Je ziet dat het sterrenbeeld bij zijn opkomst er anders eruit ziet dan hoog aan de hemel en bij het dalen. Deze twaalf kaarten zijn een grote hulp bij het leren herkennen van de sterrenbeelden.

De tekst bij januari:
De Tweelingen beschrijven iedere dag een hoge en lange hemelboog. Deze maand blijven ze de hele nacht zichtbaar. De Grieken gaven aan de beide helderste sterren de namen van hun helden Castor en Pollux. Castor, de zoon van koning Tyrandeus, en Pollux, de onsterfelijke zoon van Zeus, werden op dezelfde dag geboren. Na de dood van Castor bad Pollux tot Zeus om eeuwig met Castor verbonden te mogen blijven. Wanneer de Tweelingen opkomen, liggen ze. Bij het ondergaan, staan ze en blijven Castor en Pollux nog lang zichtbaar.



De Dierenriemkaart "Tweelingen" is er ook in een groter formaat met een toelichting

De avondkaarten, de middernachtkaarten en de ochtendkaarten laten elke maand zien wanneer de Tweelingen waargenomen kunnen worden en hoe ze er op dat moment eruit zien.
De nieuwe dierenriemkaart toont met een oogopslag hoe het sterrenbeeld eruit ziet bij het opkomen, hoog in het zuiden en bij het ondergaan.
De langgerekte hemelkaarten hebben een vlakke horizon. Dit maakt het mogelijk de stand van het sterrenbeeld ten opzichte van de horizon te tonen.

Elk Dierenriembeeld staat gedurende een maand de hele nacht aan de hemel. In januari hebben de Tweelingen hun gloriemaand.
Na de Tweelingen komen de Kreeft, de Leeuw en de Maagd op. De Kreeft heet in februari zijn gloriemaand, de Maagd staat drie maanden later de hele nacht aan de hemel. De aprilkaart laat zien hoe ze eruit ziet bij het opkomen, hoog aan de hemel en bij het dalen aan de westelijke hemel.

Gezien vanuit onze positie staan de Vissen en de Maagd tegenover elkaar. Wanneer de één opkomt, gaat de ander onder.
De Vissen hebben hun gloriemaand in oktober; dan zijn de sterren van de Maagd niet te zien. De Vissen zijn in februari, maart en april niet te zien. De zon staat in de buurt, ze staan overdag aan de hemel en zijn 's nachts onder de horizon.
Een half jaar later staan ze (bijna) de gehele nacht aan de hemel.

De kalender heeft in de rechter bovenhoek een gekleurde afbeelding. In januari de teer gekleurde Steenbok met de kleur perzikbloezem, teer magenta.
De sterren van de Steenbok kun je in januari niet zien; ze zijn verbleekt in het licht van de zon. De Babyloniërs waren in 462 v. Chr. de eersten die de Dierenriem benoemden: zon en planeten bewegen langs de twaalf sterrenbeelden van de Dierenriem. In 431 v. Chr. verdeelde de Griek Euktemon de Dierenriem in twaalf ongeveer even grote tekens. Het begin van een teken verbond hij met de seizoenen: de zon treedt op de kortste en donkerste dag van het jaar in het teken van de Steenbok, Capricornus. Daar blijft hij een maand lang (ongeveer van 21 december tot 20 januari).

Mensen uit de hele wereld kennen de twaalf Dierenriembeelden. Iemand die bijv. in de eerste wintermaand, tussen 23 december en 20 januari, geboren is, zegt "Ik ben een Steenbok". "Zijn sterrenbeeld" is in de verjaardagsmaand niet te zien. De Steenbok is in de eerste wintermaand niet zichtbaar. Een half jaar later staan de sterren van de Steenbok de hele nacht aan de hemel. Dan heeft de Steenbok zijn gloriemaand