De planeten

De planeten Venus, Jupiter, Saturnus, Mars en Mercurius onderscheiden zich van de sterren door hun opvallend, rustig licht. Hun helderheid verandert in de loop van maanden, weken of zelfs dagen.

De planeten bevinden zich altijd in een sterrenbeeld van de Dierenriem, dus nooit in Cassiopeia of de Grote Hond. Ze 'zwerven' door twaalf sterrenbeelden, die samen de Dierenriem vormen. Zie je de maan en herken je een planeet of meerdere planeten, dan kun je aanwijzen waar de opeenvolgende beelden van de Dierenriem zich bevinden.

Een planeet in een Dierenriembeeld dat elk etmaal een hoge hemelboog doorloopt (bijv. Tweelingen), komt ook zo noordelijk op en staat lange tijd hoog aan de hemel. Staat hij in de Schutter, dan doorloopt hij een kleine, lage baan van ZO naar ZW.

De zon, de maan en de planeten maken de dagelijkse oost-westgang van de sterrenwereld mee. In tegenstelling tot de sterren veranderen hun op- en ondergangsplaatsen en hemelbogen. Wanneer de zon, de maan of een planeet elke volgende dag iets noordelijker opkomt, doorloopt hij steeds hogere, grotere hemelbogen en verschuift zijn ondergangsplaats steeds meer richting noord. Hij 'wikkelt zich uit'.

De planeten Venus, Jupiter, Mars, Mercurius en Saturnus staan elk jaar anders aan de hemel. Ze naderen elkaar en ze verwijderen zich van elkaar. Het tempo waarin dit gebeurt hangt o.a. af van de hoekafstand tot de zon.
Opvallende gebeurtenissen, zoals de grootste glans en de samenstanden (conjuncties)worden toegelicht.

De helderste lichten aan de hemel, de planeten, herken je op de kaarten met een oogopslag. Venus, de helderste planeet, is het grootst weergegeven. De kaarten laten duidelijk zien of een planeet deze maand wel of niet zichtbaar is aan de avond-, nacht of ochtendhemel.

Elke planeet heeft op de kaarten een eigen kleur (Saturnus-blauw enz.) Zodoende is het relatief gemakkelijk de planeet van maand tot maand te volgen. Je krijgt een goed beeld van de dynamiek waarmee de planeten elkaar en de zon naderen. Wanneer je de opeenvolgende kaarten vergelijkt, kun je  het bewegingssamenspel volgen.

Saturnus en Jupiter bevinden zich gedurende hun zichtbaarheidsperiode bij dezelfde sterren. Wanneer Jupiter en Saturnus hun grootste helderheid hebben en (bijna) de gehele nacht aan de hemel staan, schrijden ze langs de sterren van het Dierenriembeeld in westelijke richting. Tijdens de volgende zichtbaarheidsperiode staan ze echter verder oostwaarts in de Dierenriem. Ze bewegen in het Dierenriembeeld heen en weer, ze beschrijven een lus.
Venus en Mercurius staan altijd in de nabijheid van de zon. Of ze gaan kort na de zon onder en kunnen ‘s avonds aan de westelijke hemel waargenomen worden, of ze komen kort voor de zon op en staan ‘s ochtends vroeg aan de oostelijke hemel. Mercurius staat meestal te dicht bij de zon om ook maar even gezien te kunnen worden. Hij wordt alleen tijdens de schemering zichtbaar. Venus kan ook tussen fonkelende sterren te zien zijn.

De website "Actualiteiten" biedt een uiteenlopend scala aan artikelen over de planeten.