Het waarnemen van de sterren

 Let bij het waarnemen van de sterren vooral op de helderheid en de kleur van de helderste sterren.
Geef je ogen de tijd om aan de duisternis te wennen. Na verloop van tijd kun je aan de hemel meer en meer zwakkere lichtvlekjes onderscheiden. De kleinste sterretjes op de kaarten zijn op een donkere, onbewolkte nacht ook in de stad zichtbaar. De ontelbare sterren die nog lichtzwakker zijn, staan niet op de kaarten.

De helderste sterren aan de hemel helpen je te oriënteren en de minder heldere sterren van het sterrenbeeld te vinden. Sterrenbeelden die veel licht geven zijn veel gemakkelijker te onthouden dan lichtzwakke, onoverzichtelijke beelden. Begin met het waarnemen van enkele goed herkenbare sterrenbeelden, zoals in de winter Orion en de Tweelingen of in de zomer de Zwaan en de Schorpioen. De Grote Beer en Cassiopeia staan het hele jaar door gedurende de hele nacht aan de hemel.

De beelden aan de hemel zijn veel en veel groter dan wat de relatief kleine sterrenkaarten doen vermoeden. Wanneer je buiten in het donker de hemelkaarten wilt gebruiken, beschijn ze dan niet met een fel wit, maar met een zwak rood licht (rode zakdoek om een zaklantaarn). Onderstaande afbeelding geeft de hemel weer, drie kwartier na zonsondergang op 15 januari, 15 februari en 15 maart.



De drie avondkaarten van januari, februari en maart in een groter formaat. 

Op veel plaatsen aan de hemel zijn er 'drie sterren op een rijtje' aan te wijzen. Wanneer echter deze drie ongeveer even helder zijn en er bovendien aan beide zijden een heel heldere ster staat, zoals op de avondkaart van januari laag in het oosten is weergegeven, dan is het zeker: dat zijn de sterren van Orion. 
Wat valt op aan Orion? Bij het vaker kijken naar een sterrenbeeld ontdek je iets tegenstrijdigs. Kijk je naar de sterren, dan lijken ze in 'eeuwige rust' te zijn. Er bestaat de uitdrukking 'vaste sterren'. Kijk je later op de avond opnieuw, dan staat bijv. Orion echter aanzienlijker hoger en verder westwaarts.

De sterren veranderen in de loop van de tijd van plaats, hoewel je hen niet ziet bewegen! Je moet er dus op bedacht zijn dat je later op de avond in een andere richting moet kijken om Orion weer te kunnen zien. En dan valt er nog iets op: een sterrenbeeld staat op een andere plaats aan de hemel ook in een andere stand ten opzichte van de horizon.

De lijnen tussen de sterren van een beeld zijn zo gekozen dat de mythologische gestalte (min of meer) te herkennen is. Op de kleine kaarten zijn alleen bij die groepen sterren die direct opvallen lijnen getekend (Orion, de Grote Wagen, Cassiopeia, Noorderkruis, Herfstvierhoek). De lijnen zijn voor beginnende waarnemers een goed hulpmiddel. Je kunt alle sterren die bij het beeld behoren gemakkelijker 'verzamelen' en je hebt meer overzicht over de stand van het beeld. Na verloop van tijd herken je de beelden echter aan hun wijze van oplichten. De intensiteit waarmee de sterren oplichten en de lichtcompositie van een beeld maken blijkbaar veel meer indruk dan het meetkundige patroon!

Zon, maan en planeten bevinden zich altijd tussen de sterren van een Dierenriembeeld, dus nooit in de Grote Beer of Orion. Zie je een planeet, dan kijk je in die richting van Dierenriembeeld .

Je kunt weldra vertrouwd zijn met de sterrenbeelden en ook de planeten herkennen, wanneer je bij het waarnemen je steeds weer de vraag stelt:

  • In welke richting kijk ik?
  • Welke tijd van het jaar is het en hoe laat?

De hemelrichtingen

Overal in Nederland ziet de sterrenhemel op een bepaald tijdstip, bijv. vanavond om 22 uur, hetzelfde uit. Wanneer je steeds vanaf dezelfde plek naar de hemel kijkt, maak je het jezelf echter veel gemakkelijker. Je herkent een sterrenbeeld niet alleen aan zijn unieke lichtcompositie, maar ook aan zijn plaats van opkomst, daar boven het huis van de buren, en zijn hemelbaan, zo hoog boven die gebouwen.

Probeer bij het sterrenkijken je steeds ervan bewust te zijn waar het zuiden is. Dat is de richting, waar de zon op het midden van de dag op zijn hoogst staat. Kijk je naar het zuiden, dan is links het oosten en rechts het westen.

Op een plek waarvan je niet weet waar overdag de zon staat, kun je de hemelrichtingen aan de sterren aflezen. Zoek de hemel af naar een heel grote, duidelijke groep van zeven heldere sterren. Die sterren lijken samen op een Grote Wagen of een Steelpan. Ze zijn het opvallenste deel van de Grote Beer. Wanneer je de afstand tussen de twee sterren die het achterschot van de Grote Wagen markeren ongeveer vijf keer verlengt, zie je een tamelijk eenzame, bijna even heldere ster. Deze ster is de Poolster, in die richting is het noorden. Wend je je in de tegengestelde richting, dan sta je gericht naar het zuiden.

Op de kaarten markeert de kerktoren het precieze zuiden. Op elke kaart is de kerk, het zuiden, in het midden. Voor het herkennen van de sterrenbeelden aan de hemel hoef je de sterrenkaart niet te draaien of op de kop te houden. In welke hemelrichtingen staan de sterrenbeelden die links, resp. rechts van de kerk staan afgebeeld? 
De zon, de maan, en ook de de planeten en de (meeste) sterren komen op aan de oostelijke hemel ('links' als je met het gezicht naar het zuiden staat). Ze klimmen westwaarts ('naar rechts') tot ze in het zuiden hun hoogste positie bereiken ('voor je'). Vervolgens dalen ze aan de westelijke hemel (weer westwaarts, verder 'naar rechts').  
  

De langgestrekte horizonkaarten

Een groot voordeel van de langgerekte horizonkaarten is de natuurgetrouwe weergave van de stand van de sterrenbeelden ten opzichte van je horizon.

Vergelijk bijv. hoe de Tweelingen op hun hemelboog (van NO naar NW) van stand veranderen en hoe Orion opkomt en ondergaat. Door de avondkaarten van januari tot juni te vergelijken, krijg je vijf verschillende standen te zien. Je kunt ook de avondkaart vergelijken met de desbetreffende ochtendkaart of de desbetreffende middernachtkaarten met elkaar vergelijken. Op alle kaarten zijn van de Dierenriembeelden de gestalten getekend. Je ziet zo met een oogopslag de stand van het beeld ten opzichte van de horizon.


 

De stijve-nek-kaarten

Overzichtskaarten van de sterrenhemel tonen altijd vertekeningen. Op de maandkaarten zijn de sterrenbeelden hoog aan de hemel te veel uitgerekt. Op de zgn. stijve‑nek‑kaarten  staan die beelden wél in de juiste verhoudingen. De hemel pal boven je hoofd, is goed weergegeven.
De kalender heeft zes van deze stijve-nek-kaarten. Elk toont de hemel vier uur later.
 

<

De stijve-nek-kaart in een groter formaat.
 

De beweging van de sterren

Vaak kijk je op andere tijden van de nacht naar de hemel dan die momenten waarvoor de kaarten zijn getekend. Maar dat is geen probleem, wanneer je vertrouwd bent met het gebeuren aan de hemel. Vergelijk de avondkaart van januari met de ochtendkaart. In de loop van de nacht verschijnen aan de oostelijke hemel o.a. Kreeft, Leeuw, Maagd, Weegschaal en Schorpioen. De ochtendhemel ziet er totaal anders uit dan de avondhemel. Van de Dierenriembeelden die vroeg in de avond zichtbaar waren, is alleen de Tweelingen nog te zien. Tijdens de avondschemering waren ze (liggend) aan het opkomen, in de ochtendschemering zijn ze (staand) aan het ondergaan.  
 
Wat is er in de loop van de nacht gebeurd met de andere Dierenriembeelden (Waterman, Vissen, Ram en Stier)? Hoe staat in januari de Zwaan 's avonds aan de hemel en hoe 's ochtends? Wat valt op wanneer je de januari-avondkaart vergelijkt met de avondkaarten van de daaropvolgende maanden? In februari staan tijdens de avondschemering Orion en de Tweelingen al hoger aan de hemel dan in januari. In maart staan ze tijdens de avondschemering nog verder westwaarts.  
 
De sterren bewegen in de loop van de nacht van oost naar west. Bovendien staan ze een maand later (op hetzelfde uur van de nacht) ook meer westwaarts op hun hemelbaan. 
Kijk je 's avonds steeds op een bepaald tijdstip, bijv. om 22 uur, naar de sterrenhemel, dan lijkt de aanblik van avond tot avond steeds dezelfde. Van maand tot maand treedt er echter een flinke verschuiving op. De sterren gaan steeds vroeger op en onder (per maand twee uur); ze staan om bijv. 22 uur steeds meer westwaarts op hun hemelboog (per maand eentwaalfde cirkel). De avondhemel ziet er 's winters heel anders uit dan in de zomer.

Een sterrenbeeld verandert bij het beschrijven van zijn hemelboog van stand en maakt zodoende een andere indruk. Vooral de beelden die in het noordoosten opkomen en een hoge hemelboog beschijven, zien er aan de oostelijke, zuidelijke en westelijke hemel steeds anders uit. De serie maandkaarten laat dit fraai zien. De Stier en de Tweelingen zien er bij het opkomen (zie avondkaart januari) heel anders uit dan bij het ondergaan (vergelijk de avondkaart met de middernacht- en ochtendkaart van de betreffende maand.

Wat betekent dit voor het gebruik van de kalender? Wanneer je in januari tijdens de avondschemering naar de sterren gaat kijken, geeft de januari-avondkaart de plaatsen en de posities van de sterren en planeten goed weer. Kijk je later op de avond, Orion en de Tweelingen zijn dan al flink gestegen, gebruik dan de avondkaart van februari. Om middernacht gebruik je de avondkaart van maart. Hoe later op de avond, hoe verder je moet doorbladeren voor een goede weergave van de posities van de sterrenbeelden.

De kaarten zijn gemaakt voor de nacht van de 15e op de 16e van de betreffende maand. De posities van de sterren en de planeten zijn aan het begin en het einde van de maand enigszins verschoven. Door bijv. de avondkaarten januari - maart te vergelijken, weet je hoe de sterrenhemel in de loop van februari verandert.
 

De hemelbogen van de sterren

  • Een ster die precies in het oosten opkomt, klimt tot 38°boven de zuidelijke horizon, gezien vanuit Midden-Nederland (52°N.Br.). Na een half etmaal gaat zij in het westen onder.
  • Een ster die in het zuidoosten opkomt, maakt laag boven de zuidelijke horizon een kleine hemelboog en gaat na ongeveer 8 uur in het zuidwesten onder.
  • Een ster die in het noordoosten opkomt, doorloopt hoog aan de zuidelijke hemel een grote hemelboog en gaat na ongeveer 17 uur in het noordwesten onder.
  • Aan de noordelijke hemel staan sterrenbeelden die zich altijd boven de horizon bevinden. De Poolster is de enige ster die altijd op dezelfde plaats staat. In Midden-Nederland staat hij 52°boven de noordelijke horizon. Nabijgelegen sterrenbeelden zoals de Kleine Beer, de Grote Beer en Cassiopeia cirkelen om de Poolster zonder onder te gaan.