De maand januari in groter formaat
 

De hemelkaarten

Voor elke maand zijn er drie afbeeldingen: de avondkaart geeft de situatie weer zoals die is drie kwartier na zonsondergang; de ochtendkaart drie kwartier voor zonsopkomst. Deze tijden veranderen door het jaar heen. Ze zijn berekend voor Midden-Nederland.
De sterrenbeelden zijn afgebeeld in hun juiste positie ten opzichte van de horizon. Dit is voor de beginnende waarnemer een grote hulp. Wanneer je de stand van het beeld weet en ook het gegeven dat het beeld nu bijv. in het noordoosten gezocht moet worden, zijn de helderste sterren van het beeld gemakkelijker te vinden. 
 
Elke hemelkaart heeft het zuiden in het midden. Links wordt de oostelijke hemel weergegeven, rechts de westelijke. In het zuiden bereiken, zon, maan, planeten en sterren de hoogste punt van hun hemelboog. In het oosten komen ze op en stijgen ze. In het westen dalen ze en gaan ze onder. 

De sterrenbeelden op de grote avondkaart zijn in een voldoende groot formaat om hen aan hemelgewelf te vinden. Gebruik in het donker bij voorkeur een zwak rood licht. Of kijk voor en na het waarnemen in het donker op de kaart. Later op de avond kun je doorbladeren naar een van de volgende avondkaarten.

Op de middernacht- en ochtendkaart zijn de sterrenbeelden voor beginnende waarnemers te klein van schaal om de sterrenbeelden aan de grootse hemel te kunnen vinden. Deze kaarten laten zien in welke Dierenriembeelden de planeten zich bevinden en hoe de stand van de Dierenriem is.

Van elk Dierenriembeeld is de mythologische gestalte getekend. Op de kaarten zijn de sterrenbeelden van de Dierenriem met een oogopslag te vinden en het valt duidelijk op dat bijv. de Tweelingen liggend op hun rug opkomen, heel hoog klimmen en staand ondergaan. De plaats van de maan en de planeten in een Dierenriembeeld is zo relatief gemakkelijk te onthouden (bijv. Saturnus bevindt zich bij de poten van de Leeuw).

De kaarten zijn gemaakt voor de nacht van de 15e op de 16e van de betreffende maand. De serie van drie laat zien waar de sterren en de planeten in de loop van de nacht aan de hemel staan en hoe ze bewegen. Zie voor de beweging van de sterren de webpagina "Het waarnemen van de sterren".

De middernachtkaarten tonen de hemel op het moment dat de onzichtbare zon zich bevindt op het laagste punt van zijn hemelboog. Deze kaarten hebben een vast tijdstip: 0.20 uur wintertijd of 1.20 uur zomertijd.

De twaalf middernachtkaarten zijn ook te gebruiken om de hemelbogen van de sterrenbeelden te leren kennen. Elke volgende kaart toont de hemel twee uur later, de serie van 12 toont de beweging van de sterrenbeelden in een etmaal.

Voor het waarnemen van de sterrenbeelden hoog aan de hemel zijn er zes extra hemelkaarten, de zogenaamde stijve-nek-kaarten..

De maan is aan de hemel direct te herkennen en kan als gids dienen bij het vinden van de sterrenbeelden van de Dierenriem en de planeten. Met behulp van de kaarten en het langgerekte kalendarium kun je goed volgen op welke dag ze bij een planeet staat en hoe ze door de Dierenriem snelt .

Op de kaarten van maart, juni, september en december is het wassen en het afnemen van de maan afgebeeld. Voor elke dag is de schijngestalte van de maan ingetekend. De avondkaart laat het wassen van de maan zien, de volgende avond staat een grotere schijngestalte op grotere afstand tot de ondergaande zon. De ochtenkaart toont het afnemen van de maan. De volgende ochtend staat een kleinere schijngestale dichter bij de opkomende zon

De maand maart in groter formaat

De planeten zijn weergegeven door gekleurde rondjes van verschillende grootte. Zo zijn ze onderling gemakkelijk te onderscheiden. De helderste planeten zijn ook op de kaarten het meest opvallend.

De hemelkaarten tonen de hemelrichting van een planeet en zijn hoogte boven de horizon. Bovendien kun je met een oogopslag zien waar de planeet zich bevindt ten opzichte van de zon.
Door bijv. de opeenvolgende avondkaarten te vergelijken, zie je hoe Jupiter, Saturnus en Mars in de loop van maanden steeds verder westwaarts, dichter bij de zon staan en geleidelijk in de avondgloed verdwijnen.

Deze hemekaarten zijn uniek, omdat  de bewegingskwaliteiten van de planeten zichtbaar worden.

Elke maand heeft een ander kleurverloop, de kleuren karakteriseren de verschillende kwaliteiten van de zon en de stemming van de natuur in het jaarverloop. Er is gebruik gemaakt van de twaalfkleurencirkel van Rudolf Steiner. Hij ontwikkelde uit de zesdelige kleurencirkel van Goethe (rood, geel, groen, blauw, violet en purper, de kleur van perzikbloesem) een twaalfdelige: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet (de zeven kleuren van het zonnespectrum), purper, twee nuances tussen violet en purper en twee nuances tussen purper en rood (de vijf purperkleuren). De Ram kreeg de rode kleur, Stier oranje, Tweelingen geel, enz. De Steenbok, die tegenover de Kreeft (groen) staat, kreeg de tere kleur van de perzikbloesem.

In de kalender hebben de lichte maanden van het jaar de heldere, duidelijk te onderscheiden kleuren gekregen en de donkere maanden de purperkleuren. De maand januari heeft het kleurverloop purper - roze, februari roze - teer rood enz. In de eerste helft van het jaar, de dagen lengen, domineren de rode kleuren; in de inwikkelende tijd van het jaar de blauwe kleuren.De maand januari heeft het kleurverloop purper - roze, februari roze - teer rood enz.