
Afb. Een schematische afbeelding van de wijze waarop
de
schaduw van de aarde
de volle maan treft.
Uit: Sterrengids 2007, De Koepel, Utrecht.
Deze afbeelding is een aangepaste versie (Duitse taal) van de afbeelding in de Sterrengids 2007, blz 28 - 30, een uitgave van Stichting De Koepel.
De Sterrengids 2007 is te verkrijgen bij de
boekhandel en rechtstreeks te bestellen via de website
van De Koepel
Een totale maansverduistering, die in Nederland van het begin tot het einde goed waarneembaar is, biedt ons in de nacht van 3 op 4 maart een indrukwekkend schouwspel. Hopelijk werkt het weer mee.
Op zaterdag 3 maart komt de (bijna) volle maan een half uurtje voor zonsondergang onopvallend op. Bij het invallen van de duisternis klimt ze verder richting het zuiden, haar licht wordt steeds intensiever.
Tegen 21.50 uur krijgt het onderste helft van de maanschijf een grauwsluier.
Omdat de maan aan de donkere hemel hoog boven de nevels staat kan het grauwsluier duidelijk waargenomen worden.
Dit fenomeen kondigt aan dat ze weldra van haar schijnsel beroofd zal worden.
Vanaf 22.30 uur wordt de maan van onderaf aanzienlijk donkerder en geleidelijk verdwijnt er een steeds groter wordende “hap” uit de maanschijf. De scheiding tussen het grauwige en het oplichtende gedeelte is een onscherpe lijn, die aanzienlijk minder gekromd is dan de omlijning van de maanschijf. Deze vage scheidingsboog schuift langzaam, maar zeker richting de bovenste rand van de maan.
Na ruim een uur, om 23.44 uur, verliest ook de bovenste rand van de maan haar zilveren glans en wordt geleidelijk zo donker als het onderste deel van de maan. Hoog aan de zuidelijke hemel staat een indrukwekkend hemellichaam met duistere, geheimzinnige kleuren die van kwartier tot kwartier subtiel van kleur veranderen. Afhankelijk van de luchtverontreiniging en het moment is de hoofdkleur donkergrauw, bruin, donkerrood, koperrood of oranjerood en kunnen er ook gele en blauwe kleuren zichtbaar worden. Tegen 0.21 uur heeft de maanschijf zijn donkerste fase, de maan staat dan bijna op haar hoogste positie in het zuiden.
Hoe meer de maan verduisterd werd, hoe meer sterren er zichtbaar worden en hoe helderder de sterren. ‘s Avond staat Regulus, de blauwachtige ster die het hart van de Leeuw markeert, rechtsboven de maan. Iets verder weg staat het rustige, gelige licht van Saturnus, hij glanst intensiever dan Regulus. Deze drie hemellichten staan deze nacht als het ware op één lijn. (De zogenaamde maanknoop bevindt zich in de buurt van Regulus en Saturnus, vandaar ook dat de maan hen dit jaar meerdere keren bedekt.)
De linkerrand van de maan kondigt het einde van de verduistering aan. Het oppervlakte van de maan dat het eerst verduisterd werd, wordt ook als eerste wat helderder en gaat rood - gelig oplichten. Vanaf 0.58 uur verschijnt weer de zilverige glans, ook weer eerst aan de linkerrand, en de geheimzinnige verduisteringskleuren verdwijnen.
Alle overgangen verlopen weer vloeiend, er zijn geen scherpe grenzen en het tijdstip waarop iets gebeurt is nicht zo gemakkelijk vast te leggen als bij een zonsverduistering.
De schematische afbeelding laat zien hoe de grootte van de volle maan zich
verhoudt tot de grootte van de schaduw van de aarde, die stilstaand is
weergegeven.
Positie 1 (3 maart om 22.30 uur) toont de maan op het moment dat ze, vertoevend in de bleke bijschaduw, door de donkere kernschaduw aangeraakt wordt. De richting van het zenit, de hemel pal boven je hoofd, is aangegeven.
Vanaf positie 2 (23.44 uur) treft de kernschaduw de gehele maan.
Het midden van de verduistering vindt plaats op 4 maart om 0.21 uur (positie 3), vier minuten nadat de maan vol is geworden.
In Nederland vindt het midden van de verduistering, de oppositie van de maan met de zon en
de hoogste stand van de maan aan de zuidelijke hemel op bijna hetzelfde moment plaats. Bij toenemende verduistering wordt het licht van Regulus en Saturnus intensiever. Dat maakt deze verduistering tot een bijzonder schouwspel.