
Afb. De stijgende Leeuw maakt een andere indruk dan de
dalende Leeuw.
Bij het stijgen is de vooruitgestoken borst beeldbepalend, bij het
dalen het achterlijf met de staart.
De positie van de Leeuw en Saturnus midden december, midden februari en midden
april om middernacht. In de periode dat de Leeuw en Saturnus (bijna) de gehele
nacht zichtbaar zijn, beweegt de planeet westwaarts langs de sterren.
Door de aanwezigheid van de planeet verliest het sterrenbeeld karakteristieke
eigenschappen.
De afbeelding
is er ook in groter formaat.
Saturnus is deze maand de gehele nacht zichtbaar. Bij het invallen van de
avondschemering verschijnt hij laag in het oosten. Je herkent hem aan zijn
rustige glans. De gelige planeet klimt in de avonduren en bereikt midden in de
nacht het hoogste punt van zijn hemelboog. Dit jaar is het culminatiepunt zo
hoog als dat van de zon in augustus. Het heldere, rustig glanzende licht aan de
westelijke ochtendhemel is eveneens Saturnus.
Saturnus treedt op 10 februari in oppositie met de zon. Om middernacht, als de
onzichtbare zon zich op het laagste punt van zijn dagelijkse rondgang bevindt,
staat Saturnus in het zuiden op zijn hoogst. Hij staat dicht bij het hart van de
Leeuw, dat gemarkeerd wordt door Regulus, de helderste ster van de Leeuw (zie de
afbeelding). De planeet en de blauw getinte ster zijn gemakkelijk te
onderscheiden: Saturnus is helderder, hij fonkelt echter niet en heeft een
gelige tint.
Elke dag trekt Saturnus met de sterren van de Leeuw van oost naar west. Wanneer
je ‘s avonds om het uur naar de oostelijke hemel kijkt, ontstaat de indruk dat
Saturnus voorop loopt en een fier opstijgende Leeuw hem volgt. Door de
aanwezigheid van de planeet is de karakteristieke sikkel, de gebogen lijn door
Regulus en de sterren die het borstgebied, de nek en de kop markeren, niet meer
een herkenningsteken.
Later op de avond staat de Leeuw hoog aan de zuidelijke
hemel. De sterren die het achterlijf markeren, lijken een zelfstandig groepje.
Door de heldere Saturnus is de Leeuw als het ware in twee gebieden
uiteengevallen. Je ziet niet meer het majestueuze beeld van een waardig
schrijdende Leeuw.
Enerzijds is het gebied van de Leeuw door de opvallende
planeet gemakkelijker te vinden, anderzijds is het sterrenbeeld zelf moeilijker
te herkennen. De beeldbepalende kenmerken zijn verdwenen! Bij het dalen aan de
westelijke hemel komt Saturnus lager dan Regulus te staan. Het geheel maakt een
totaal andere indruk dan bij het stijgen.
De afbeelding toont de houding van de Leeuw bij het stijgen en het dalen en
tevens de positie van Saturnus en de Leeuw in de periode van december tot juni
om middernacht. De Leeuw staat van maand tot maand “een plaats” (30 graden)
verder westwaarts op zijn hemelboog. Bovendien wordt de afstand tussen Regulus
en Saturnus geleidelijk groter. De planeet beweegt westwaarts langs de sterren.
In de maanden waarin de Leeuw en Saturnus (bijna) de gehele nacht zichtbaar
zijn, gaat de planeet iets sneller van oost naar west dan de sterren. Zodoende
neemt in vier maanden en twee weken de afstand tot Regulus zeven graden toe.
Saturnus beweegt van 6 december 2006 tot 20 april 2007 iets sneller dan de
sterren van oost naar west, in de overige maanden van het jaar daarentegen iets
langzamer. Vandaar dat Saturnus gedurende zijn zichtbaarheidsperiode bij
dezelfde sterren blijft. Ook komend jaar staat Saturnus bij Regulus. Van alle
planeten vertoeft Saturnus het langst in een sterrenbeeld. Drie jaren, van
september 2006 tot september 2009, zal hij in de Leeuw verblijven. Saturnus is
de komende jaren als het ware “thuis” in de Leeuw. De Leeuw heeft de komende
jaren door de aanwezigheid van Saturnus een andere aanblik dan gewoonlijk.