
Afb. De Leeuw begint een nieuwe zichtbaarheidsperiode aan de
ochtendhemel.
De fier opkomende Leeuw ontmoet de afnemende maan.
Op 16 oktober staat de ochtendsikkel boven de planeet Saturnus (zie de blauwe
stip),
de volgende ochtend staat een smallere sikkel bij Regulus, de blauwachtige ster
bij het hart van de Leeuw.
De afbeelding
is er ook in groter formaat.
In oktober zijn er aan de ochtendhemel veel meer heldere sterren dan aan de avondhemel. Wie vroeg opstaat, kan het indrukwekkend stijgen van het sterrenbeeld de Leeuw aan een donkere hemel bewonderen. Aan de oostelijke hemel ziet hij er met de borst naar voren zo fier uit. Deze maand is het beeld alleen aan het einde van de nacht te zien. Tijdens de ochtendschemering verbleken de sterren in het zonlicht. De blauwachtige Regulus, de ster bij het hart van de Leeuw, en ook de planeet Saturnus blijven bij het oplichten van de oostelijke hemel het langst zichtbaar.
De onderlinge afstand tussen Saturnus en Regulus is aanzienlijk geringer dan in
de vorige zichtbaarheidsperiode; toen vertoefde Saturnus tussen de sterren van
de Kreeft. Saturnus werd eind augustus zichtbaar en een week later, bij het
verschijnen van Regulus, bleek dat Saturnus zich verplaatst had. Juist in de
tijd dat hij onzichtbaar was, van eind juni tot eind augustus, bewoog Saturnus voor
zijn doen snel in de richting van de Leeuw. Tot 6 december nadert hij Regulus,
het tempo wordt echter steeds geringer.
De sterren en de planeten Saturnus en Jupiter hebben twee verschillende wijzen
van opkomen.
1) Dagelijks verschijnen ze aan de oostelijke horizon; ze komen op
“uit de donkere, massieve aarde”.
2) Een keer per jaar, na een
onzichtbaarheidsperiode van bijna tweede maanden, worden ze net voor zonsopkomst
even zichtbaar. Regulus begint jaarlijks omstreeks 8 september een nieuwe
zichtbaarheidsperiode.
Het hemellicht heeft een bepaalde hoogte boven de horizon precies op het moment
dat de oostelijke hemel nog niet verbleekt is door het ochtendgloren. De ster
heeft zich voldoende verwijderd van de opkomende zon; een keer per jaar komt hij
als het ware op “uit het licht van de zon”.
De Egyptenaren noemden het tere zichtbaar worden van een ster in de vroege
ochtenduren de wedergeboorte van een ster. Vier millennia terug verscheen de
Leeuw niet in oktober, maar in de hete zomermaand juli aan de ochtendhemel. In
de periode voor deze wedergeboorte had hij zijn stralen gemengd met die van de
zonnegod Ra en was hij gedurende 40 dagen in de onderwereld gereinigd.
De zogenaamde heliakische opkomst (het Griekse woord helios betekent zon) van
Saturnus vindt van jaar tot jaar later plaats. In 2007 zullen Saturnus en
Regulus tegelijk zichtbaar worden, de planeet komt dan pas na Regulus op. Een
planeet begint zijn nieuwe zichtbaarheidsperiode tussen andere sterren. De
“wedergeboorte” van een planeet is dus nog meer dan die van de sterren door zijn
nieuwe sterrenomgeving een nieuwe start!
De fraaiste samenstanden van een ster of een planeet met de maan vinden plaats
aan het begin of aan het einde van de zichtbaarheidsperiode. Dan vergezelt een
fijne maansikkel hen een dagje. En hoe priller de ster aan de ochtendhemel, hoe
fijner de schijngestalte van de afnemende maan.
Op 14 oktober is de maan in het Laatste Kwartier. Ze staat ‘s ochtends hoog in
het zuiden, die hoogte herinnert ons aan het vorige seizoen, toen de zon zo hoog
stond en de dagen nog zo lang waren. Op maandag 16 oktober staat de “oude maan”
ten noorden van Saturnus. De volgende ochtend staat een smallere sikkel
linksboven Regulus. Van 17 tot 20 oktober staat de ochtendsikkel te dicht bij de
zon om de naburige sterren te kunnen zien. De “wedergeboren” planeet en ster
ontmoeten de oude maan die op weg is te verdwijnen in het licht van de opkomende
zon.I