
Afb.
De hemelpool komt elke 72 jaar een graad (het 1/360 ste deel van de cirkel)
dichter bij “onze Poolster” (zie de buitenste cirkel).
In 2102 is er de kleinste afstand tussen de hemelpool en deze ster, tot dan knikt de hemelpool vijf keer.
Zo miniscuul is de nutatie!
De binnenste cirkel hangt samen met het pendelen van de maan in een periode van 18,6 jaar.
De hemelpool knikt gedurende haar omloop in
25.920 jaar bijna 1400 keer.
De afbeelding
is er ook in groter formaat.
In de nacht van 11 op 12 juni ziet de volle maan er opvallend groot en gekleurd
uit. En wat blijft die gele, oranje of zelfs rode schijf laag boven de
zuidelijke horizon! Deze maand wordt het in Nederland ‘s nachts
niet donker en menigeen herkent tijdens de grijze nacht die grote gele of oranje
schijf zo laag boven de horizon niet direct als de maan.
Elk jaar
beschrijft de volle maan in juni tijdens de korte nachten ongeveer dezelfde lage
hemelboog als de zon in december overdag. De afgelopen 9 jaar beschreef de
juni-volle-maan van jaar tot jaar een steeds lagere, kortere hemelboog en dit
jaar staat ze in het zuiden ruim 5 graden lager dan de zon in de kortste dagen
van het jaar. De komende 9 jaar zal de juni-volle-maan daarentegen steeds een
iets hogere en langere hemelboog beschrijven en in 2015 zal ze ruim 10 graden
(ruim 20 keer de diameter van de volle maan) hoger boven de zuidelijke horizon
verschijnen dan dit jaar in de nacht van 11 op 12 juni. Pas in juni 2025 zal de
volle maan opnieuw zo’n extreem korte en lage hemelboog beschrijven.
Voor een opsomming van de meest extreme maanjaren (2006, 2015, 2025) zijn er
tabellen met de plaats van de stijgende maanknoop, een van de beide kruispunten
van de maanbaan met de zonnebaan. Deze maand, op 19 juni 2006, passeert de
stijgende maanknoop het lentepunt, de plaats van de zon op de eerste lentedag.
Over ruim 9 jaar, op 10 oktober 2015, staat ze in het herfstpunt en op 29
januari 2025 bereikt ze weer het lentepunt. Deze cyclus (van het ene meest
extremene maanjaar naar het andere) duurt 18 jaar en ruim 7
maanden.
In 1747 werden de sterrenliefhebbers verrast door de ontdekking van James
Bradley. De 18,6-jarige maanperiode staat in een bijzondere verhouding tot het
Platonisch jaar, een periode van ongeveer 25.920 jaar.
Gedurende decennia had de
Engelse astronoom zijn meterslange verrekijkers op bepaalde sterren gericht
wanneer deze hun hoogste positie bereikten. In een periode van 18 jaar en ruim 7
maanden veranderde hun hoogte voortdurend. Deze veranderingen waren miniscuul,
toonden echter een duidelijk ritme!
Dankzij gecompliceerd rekenwerk kon aangetoond worden dat de hemelpool, die in het verlengde van de draaiingsas van de aarde staat, zeer subtiel met het pendelen van de maan meebeweegt. De hemelpool maakt elk 18,6 jaar een miniscule knik, vandaar het woord nutatie, wat knikken, wankelen betekent.
Gezien vanuit de vaste sterrenwereld beschrijft de hemelpool twee bewegingen tegelijk. Tijdens haar grote omloop van de Kleine Beer naar de Zwaan en de Draak en weer naar de staartster van de Kleine Beer, zie de afbeelding, doorloopt de hemelpool bovendien elk 18,6 jaar een mini-slangetje. De hemelpool doorloopt in 25.920 jaar ongeveer 1400 miniscule knikjes.
Rudolf Steiner besprak de nutatie uitvoerig. Hoewel de mens geëmancipeerd is van
het natuurverloop, zijn er in de kosmos en bij de mens overeenkomende ritmes.
Een dag heeft 1440 minuten, uitgaand van 18 ademhalingen per minuut, ademt de
mens 25.920 keer per dag! Steiner gebruikte het woord maanknoop niet, hij
benadrukte de pendelende beweging van de maan in ruim 18 jaar. De mechanistische verklaring voor
de ontdekking van Bradley (de massa van de maan trekt de aarde in 18,6 jaar
wisselend aan) vond hij problematisch. De pendelende maanbogen en de nutatie
zijn uitdrukking van het ademen van de macrocosmos. Een in- en uitademing duurt
18,6 jaar. Na 18 jaar en ongeveer 7
maanden maakt de mens een belangrijke tijd door. Ook na 37 jaar en 2 maanden en
na 55 jaar en 9 maanden is er als het ware even een venster geopend naar een
geheel andere wereld. “Die Nächte, die der Mensch zu diesen Zeitpunkten
durchlebt, sie sind die wichtigsten Nächte des menschlichen Lebens.”
Lit.: Rudolf Steiner: Entsprechungen zwischen Mikrokosmos und Makrokosmos.
16.4.1920. Rudolf Steiner Verlag, Schweiz.
De afbeelding is gemaakt met behulp van tekeningen uit:
Elisabeth Vreede: Astronomie und
Anthroposophie. 12. Rundschreiben I, August 1928. Verlag am Goetheanum, Schweiz