
Afb. De positie van Jupiter en de Weegschaal in de maanden november 2005 - mei 2006
aan de ochtendhemel (de 16de van de maand, drie kwartier voor zonsopkomst).
Van maand tot maand neemt hun hoekafstand tot de opkomende zon toe.
Tot 4 maart schrijdt Jupiter oostwaarts langs de sterren, daarna westwaarts.
De afbeelding
is er ook in groter formaat.
De heldere Jupiter verschijnt steeds vroeger in de nacht, van week tot week is hij ‘s avonds ruim een half uur vroeger te bewonderen in het zuidoosten. Op 1 april komt hij om 23 uur op, terwijl hij op 30 april al kort na zonsondergang te zien is (om 20.48 uur). Zijn hemelboog is zo laag als die van de zon in november. In de loop van april neemt de helderheid van Jupiter verder toe, begin mei zal hij zijn grootste glans hebben.
Dankzij de opvallende Jupiter is het lichtzwakke Dierenriembeeld de Weegschaal goed te herkennen.
Deze maand staat de planeet tussen de twee sterren van de Weegschaal die de balans markeren.
Volgens de oudste, Babylonische overleveringen omklemde de Schorpioen met zijn twee ver vooruitgestoken scharen de beide schalen van de Weegschaal. Tegenwoordig heet de ster die de rechter balansarm markeert
Zuben Elgenubi, deze Arabische naam betekent zuidelijke schaar.
Omstreeks 700 v. Chr. bestond de ruimtelijke voorstelling van de Dierenriem nog niet. De Babyloniers wisten wel dat de maan elke maand aan dezelfde 17 goden, sterrenbeelden, voorbijtrok. De Weegschaal, die toen de god Zibanitum heette, werd opgesomd na Spica en voor de Schorpioen.
De Egyptenaren namen van de Babyloniërs de namen en de gestalten van de sterrenbeelden over. In hun cultuur was de weegschaal een belangrijk instrument. De god Anubis woog het hart van de gestorvene; op de linkerschaal werd het hart gelegd en op de rechterschaal de veer van Maat (spreek uit: Ma'at), de godin van de Waarheid. Het hart moest zo licht zijn als de struisveer die de godin op haar hoofd droeg. Op de latere Egyptische afbeeldingen van de sterrenhemel werd de Weegschaal opvallend groot weergegeven.
Toen de Griek Euktemon 430 v. Chr. de Dierenriem in twaalf even grote tekens verdeelde, gaf hij
het gebied aan de hemel dat de zon gedurende de eerste herfstmaand doorliep, de naam Weegschaal. Het Dierenriemteken werd in verbinding gebracht met de overgang van de lichte tijd van het jaar naar de donkere en ook met het wegen van de oogst van het afgelopen
groeiseizoen.
Op sterrenkaarten uit de eerste eeuwen na Christus staat de Weegschaal afgebeeld in de hand van een engel. Na de Middeleeuwen ontstaan er beelden waarop de aartsengel Michaël de zielen van de gestorvenen weegt.
De ster Zuben Elgenubi ligt iets ten noorden van de zonneweg. Jupiter blijft bij elke rondgang ten noorden van deze ster, dit jaar loopt hij zelfs drie keer aan haar voorbij! De afbeelding laat zien dat Jupiter en de Weegschaal in de maanden november - mei tijdens de ochtendschemering steeds verder verwijderd zijn van de opkomende zon.
Jupiter beschreef gedurende de eerste maanden dat hij weer te zien was zijn dagelijkse hemelboog van oost naar west iets langzamer dan de sterren.
De afstand tussen Zuben Elgenubi en Jupiter nam zodoende af en vanaf midden januari bevond de planeet zich ten oosten van de ster.
Vanaf 4 maart beweegt Jupiter echter iets sneller van oost naar west dan de sterren. Deze maand biedt de gelegenheid waar te nemen hoe Jupiter langzaam maar zeker aan de ster voorbijtrekt en weer ten westen van Zuben Elgenubi komt te staan!
Op 4 mei staan Jupiter en de zon tegenover elkaar, gezien vanuit de aarde. Dan is hij van de avond- tot de ochtendschemering een opvallend verschijnsel, in Duitsland gedurende ruim 9 uur.
Juist in de maanden dat de zog. bovenzonnige planeet zeer helder is en de hele nacht aan de hemel staat, schrijdt hij westwaarts langs de sterren.
Twee maanden na de oppositie van Jupiter met de zon keert zijn gang weer om en op zijn weg naar de Schorpioen zal hij in september nogmaals aan de zuidelijke schaar voorbijschrijden. “De planeet streelt deze ster.”