Afb. De baan van de maan langs de sterren in 2006 en in 1997.
In 2006 beschrijft de maan in de Stier en Tweelingen zijn hoogst mogelijke hemelbogen en in de Schorpioen en Schutter zijn laagste hemelbogen. Negen jaar ervoor, en erna, verandert de hemelboog van de maan minimaal.

Deze afbeelding is een aangepaste versie van de afbeelding in de Sterrengids 2006, blz 102-103 (Uitgave van Stichting De Koepel). De ontwerper van de figuur is Jean Meeus. In zijn artikel worden de knopen van de maanbaan met meerdere afbeeldingen uitvoerig en duidelijk beschreven.
De Sterrengids 2006 van de Stichting De Koepel is te verkrijgen bij de boekhandel en rechtstreeks te bestellen via de  website van De Koepel

De afbeelding is er ook in groter formaat.
 

De extreem hoge en lage hemelbogen van de maan in 2006

De plaats van de maan is vaak verrassend. Vooral dit nieuwe jaar kun je je verbazen over haar verschijnen. Soms staat ze enkele opeenvolgende nachten extreem laag in het zuiden. In 2006 kan haar hemelboog aanzienlijk zuidelijker zijn dan die van de zon op de kortste dag van het jaar. Zo’n lage stand van de maan is voor Scandinaviërs een vertrouwd verschijnsel, maar bij ons komt dat maar weinig voor, namelijk om de ruim 18 jaar (weer in 2024 en 2025, in 2043 en 2044).
Op 1 januari kunnen alleen de mensen met een zeer goed uitzicht op de zuidwestelijke horizon de maansikkel even zien. Zoek haar tegen 17 uur ruim 7 graden linksonder de heldere Venus.

Twee weken na de extreem lage stand staat de maan juist extreem hoog. Enkele opeenvolgende nachten staat ze in het zuiden aanzienlijk hoger boven je hoofd dan de zon op de langste dag van het jaar. Deze stijve-nek-maan doet herinneren aan een zuidelijk vakantieland. Van 10 tot 15 januari doorloopt de (bijna) volle maan de sterrenbeelden Stier en Tweelingen. Dit zijn de Dierenriembeelden die elk etmaal de hoogste en de langste hemelboog beschrijven.
 

Nu langs de Plejaden, toen langs Aldebaran

Op de afbeelding staat de baan van de maan langs de sterren in 2006. Dit jaar kan de maan, gezien vanuit Nederland, het groepje sterren in de rug van de Stier (Plejaden) bedekken. Ze komt in de buurt van de bovenste, helderste hoornster van de Stier en de helderste hoofdster van de Tweelingen, Pollux. Wanneer de zon op 21 juni van de Stier in de Tweelingen is getrokken, beschrijft hij zijn hoogst mogelijke hemelboog. Op 12 januari 2006 klimt de maan echter ruim 5 graden hoger (10 keer de doorsnede van de volle maan) en verblijft bijna een uur langer boven de horizon.

Negen jaar geleden, in 1997, trok de maan elke maand in de Stier en de Tweelingen langs zuidelijker gelegen sterren. Toen kon de maan het oog van de Stier, Aldebaran, bedekken, liep ze aan de onderste hoornster onderlangs voorbij en in de Tweelingen bleef ze op ruime afstand van Pollux. In 2006 kan de maan ongeveer 20 keer haar eigen diameter hoger klimmen dan in 1997!

Nu een actief, toen een gering pendelen

Van 25 tot 28 januari 2006 doorloopt de afnemende maan de Schorpioen en de Schutter, de Dierenriembeelden die elk etmaal de laagste hemelboog beschrijven. In 2006 verschijnt ze extreem laag, 10 graden lager dan in 1997. In 2006 pendelt de maan maandelijks van haar meest hoge naar haar meest lage hemelboog. Ze is als het ware veel actiever dan in 1997, toen ze in de Stier en Tweeling minder hoge en in de Schorpioen en Schutter niet zulke kleine, lage hemelbogen beschreef. Van 1997 tot 2006 is het maandelijkse pendelen steeds dynamischer geworden. Van 2006 tot 2015 zal het tegengestelde gebeuren en in 2015 is het maandelijkse stijgen en dalen (uit- en inwikkelen) van de maan even gering als in 1997.

Dit pendelen van de maan in een periode van 18 jaar en ruim 7 maanden wordt door Rudolf Steiner een kosmisch ademen genoemd. Voor veel mensen is dit een nieuw begrip. Astronomen en astrologen kennen de periode van 18 jaar, 7 maanden en 9 dagen als het maanknopenritme: de beide snijpunten van de maandelijkse maanbaan met de jaarlijkse zonnebaan verplaatsen zich langzaam langs de zonnebaan en bereiken na afloop van deze periode weer dezelfde plaats. Door te kijken hoe de dagelijkse hemelbogen van de maan veranderen, ontdek je echter veel meer meer dan het trage verschuiven van het maanknooppunt. De negen jaren waarin het pendelen steeds krachtiger wordt, is een “inademende” periode. De negen jaren na de meest dynamische jaren pendelt de maan steeds minder, dit is een “uitademende” periode. Deze begrippen maken ons opmerkzaam hoe de maan van jaar tot jaar anders verschijnt.
 

Een extra schommeling van 173 dagen

De helling van de maanbaan heeft bovendien nog een extra schommeling van 173 dagen. Tabellen over de grootste en kleinste culminatiehoogte in de Sterrengids 2006, blz 102-103 (Uitgave van Stichting De Koepel) laten dit duidelijk zien. Het artikel van Jean Meeus geven een goed inzicht in deze schommelingen.
De Sterrengids 2006 van de Stichting De Koepel is te verkrijgen bij de boekhandel en rechtstreeks te bestellen via hun website  www.dekoepel.nl