De oranjekleurige Mars en de sterren van de Ram aan de avond-, nacht- en ochtendhemel
midden november.
De afbeelding is er ook in groter formaat.
 

Mars heerst in de Ram

Een geel-oranje gekleurd licht was al wekenlang ‘s avonds het helderste licht aan de oostelijke hemel. Dit rustige licht had duidelijk meer een eigen kleur dan de fonkelende sterren. Mars werd van week tot week helderder en verscheen steeds vroeger op de avond. Op 7 november is het zover: hij staat tegenover de zon en beheerst de hele nacht de hemel.
Hoewel zijn eigen licht lang niet zo helder is als bij zijn vorige oppositie op 28 augustus 2003, trekt hij nu misschien zelfs meer de aandacht. Want toen kwam hij slechts 22 graden boven de zuidelijke horizon, dit jaar is de hoogte maar liefst 54 graden.
Na 7 november neemt de lichtintensiteit snel af. Mars vlamt slechts even op en pas over twee jaar zal hij weer indrukwekkend zijn.
 

De onopvallende Ram is deze maanden met behulp van Mars gemakkelijk te vinden

‘s Avonds bevinden de beide horens zich boven het oranjekleurige lichtpunt. Rechtsonder de zwakkere hoornster is een sterrertje, de andere sterren zijn moeilijk te vinden. De Ram zit rustig en blikt terug naar de oostelijke horizon. Rechts van hem is een lichtzwak gebied met de 'waterige beelden' Vissen, Waterman en Walvis.
Kijk je vroeg in de ochtend, dan staan de horens niet boven, maar rechts van Mars. Ten oosten van de Ram fonkelen de Stier, de Tweelingen en Orion. Naar hun heldere sterren is zijn kop gericht. De horens markeren als het ware de overgang van een wazige naar een lichtgevende hemelstreek.
In de nacht van 14 op 15 november is het boeiend te volgen hoe de bijna volle maan Mars nadert. In de vroege ochtenduren snelt ze noordwaarts aan hem voorbij. Hoewel het maanlicht de omliggende sterren doet verbleken, kun je toch zien dat de maan door het lijf van de Ram snelt, de kop steekt ver daarboven uit.
Op 15 november bevindt Mars zich op de zonneweg; hij gaat door de klimmende knoop: voorheen stond hij ten zuiden van de zonneweg, daarna ten noorden. Aan Mars is af te lezen hoe ver de hoornsterren verwijderd zijn van de ecliptica: bij gestrekte arm een handbreedte.
 

Overleveringen

De naam Ram en zijn terugblikkende gestalte hebben een Egyptische oorsprong. Volgens sommige overleveringen staat de Ram in verband met het voorhoofd en het spiegelende denken, de wetten van de dode natuur kunnen hiermee worden herkend.
De Grieken benadrukten een ander aspect. In 431 v. Chr. verdeelde Euktemon de Dierenriem in twaalf even grote tekens, gedurende de eerste lentemaand doorloopt de zon het teken Ram. De Ram was het teken van het prille voorjaarsgroeien. In de tweede lentemaand doorliep de zon de Stier, een Babylonisch sterrenbeeld. De Stier was een god met immense stofwisselingskrachten. Voor de Babyloniers vertolkten de opeenvolgende sterrenbeelden de twaalf verschillende zonnewerkingen in het jaarverloop.

Interessant is dat de omgekeerde volgorde - Stier, Ram, Vissen en Waterman - gezien kan worden als een beeld van de cultuurontwikkeling. In de Babylonische en Egyptische periode stond de zon in het begin van de lente in de Stier (tot 1900 v. Chr), terwijl in de Griekse cultuurperiode de zon op de eerste lentedag bij de sterren van de Ram stond. Tijdens het zogenaamde Ram-tijdperk ontwikkelden de Grieken het vermogen tot het logisch denken, het opstellen van theorien en het verzinnen van listige oorlogsplannen. Sinds 100 v. Chr. staat de zon op de eerste lentedag bij de sterren van de Vissen, we leven in het Vissentijdperk.
Van Rudolf Steiner is de uitspraak: “Vom Kopf geht es hinunter zu den Füßen. Der Umschwung ist ein ungeheurer.” (8.1.1919). Het logische, het abstracte en het sluwe kunnen niet meer heersen. Er is behoefte aan het ontwikkelen van andere vaardigheden.