De vraag “Ik ben geboren op 22 augustus, stond de zon in het teken Leeuw of
Maagd?” kreeg een verrassend antwoord. “De Dierenriemtekens lopen in elkaar over
als de kleuren van de regenboog. De Maagd strekt zich uit van het
overgangsgebied Leeuw-Maagd naar het overgangsgebied Maagd-Weegschaal.
Hiertussen ligt een gebied dat specifiek Maagd is.”
Er is dus geen scherpe
grens. Als huidige mens leef je zozeer met afgegrensde ruimtelijke
voorstellingen, dat zo’n zienswijze moeite kost. Hoe kunnen Leeuw- en
Maagdeigenschappen in het overgangsgebied verenigd zijn en hoe is een verloop
van eigenschappen te denken?
Bij het kijken naar de sterrenhemel is het ontbreken van duidelijke grenzen
tussen de lichtcomposities een vanzelfsprekendheid. Tussen sommige
Dierenriembeelden zijn moeilijk grenzen te trekken, ze overlappen elkaar
gedeeltelijk. Waar houdt bijv. de Steenbok op en waar begint de Waterman? Tussen andere beelden daarentegen is er zoveel ruimte
dat er een soort niemandsland lijkt te zijn.
Deze maand, in augustus, verschijnen
Steenbok, Waterman, Vissen, Ram en Stier ‘s avonds verrassend snel na elkaar. Ze
verheffen zich min of meer tegelijk boven de oostelijke horizon.
Hoe anders
verliep in de koude wintermaanden het opkomen van de Leeuw, de Maagd, de
Weegschaal en de Schorpioen. Na het zichtbaar worden van de kop van de Leeuw
duurde het heel lang totdat ook zijn staart was opgekomen en pas na ruim drie
uur wachten was de gehele Maagd verschenen.
Het tempo waarin de
Dierenriembeelden na elkaar opkomen verschilt dus nogal. Waterman, Vissen, Ram
en Stier beginnen al op te komen, voordat de voorganger zich geheel boven de
horizon verheven heeft. Hun stijl van opkomen heeft de kwaliteit rood. Bij het
traag na elkaar opkomen van de Leeuw, Maagd, Weegschaal en Schorpioen ervaar ik
de ingetogen kleur donkerblauw.
De afbeelding toont een bont kleurenpalet. Links staan verschillende nuances
rood, naar boven toe wordt de kleur eerst krachtiger en dan lichter. De
rechterbaan heeft verschillende nuances blauw, naar beneden toe worden de
kleuren eerst donkerder en dan geheimzinniger. Het geheel symboliseert het
jaarverloop, de dynamiek van de jaarlijkse zonnebeweging. De linkerbaan toont de
kleurstemmingen van het stijgende jaar. Van de winterzonnewende tot de eerste
lentedag lengen de dagen steeds sneller. Tot de zomerzonnewende stijgt de zon
nog hoger, maar het aantal uren licht neemt niet meer zo snel toe. De
rechterbaan heeft de kleurstemmingen van het dalende jaar, van de periode
juni-december.
Deze kleurbanden zijn gebaseerd op de twaalfdelige kleurencirkel van Rudolf
Steiner. Hij gaf de Ram de kleur rood, Stier oranje, Tweelingen geel, Kreeft
groen, Leeuw blauw, Maagd indigo, Weegschaal violet enz.
In de maand augustus gaat de zon van het teken Leeuw naar de Maagd. Het
kleurverloop van deze maand is de overgang van licht blauw naar
indigo.
In de natuur is de Leeuwkleur overdag bij een wolkenloze hemel te bewonderen.
Bij een lichtblauwe hemel kan je blik heel ver gaan en de hele periferie
aftasten. Voor het zien van de Maagdkleur moet je wachten tot na zonsondergang.
Bij het donkerder worden van de hemel trekt je blik meer naar binnen toe. Bij de
overgang van de Leeuw- naar de Maagdkleur verandert het intensief beleven van
een weidse periferie in een ervaren van je eigen innerlijk. Elke avond kun je
deze ervaring hebben en in de maand augustus, de Leeuw-Maagdmaand, tonen de
planten die rijpen in de hitte ook zo’n gebaar. Hun ontwikkeling concentreert
zich in de vruchten en zaden.
Zo’n zienswijze is minder eenvoudig, biedt echter
meer dan “tot 21 augustus geldt de Leeuw en vanaf 22 augustus de Maagd.”
Afb.
De linkerbaan toont de kleurstemmingen van het stijgende jaar,
de rechterbaan
die van het dalende jaar. (De afbeelding in kleiner formaat.)