Afb. Het reusachtige gebied van de Slangendrager en de Slang
strekt zich uit tot ver boven de Schorpioen.
Beeld: W. Perrey "Sternbilder und ihre Legenden", Verlag Urachhaus.
De afbeelding is er ook in groter formaat.

De Slangendrager, het zog. dertiende Dierenriembeeld

In de zomermaanden bestrijkt het lichtzwakke gebied van de Slangendrager en de Slang een groot deel van de zuidelijke avondhemel. Deze ineengestrengelde beelden hebben een Griekse oorsprong, het gehele gebied was vernoemd naar de god van de geneeskunst, de arts Asklepios (in het Latijn Aesculapius). Hij staat met zijn linker voet op de Schorpioen, het teken van het afstervende leven. Zijn voeten bevinden zich even laag aan de hemel als de roodachtige Antares en beschrijven een hemelboog nog lager dan de zon in december. Zijn hoofd is een enorme afstand verwijderd, die klimt even hoog als de zon in april.

Er zijn meerdere mythes over de geboorte van Asklepios, zoon van de zonnegod Apollo en de schone prinses Coronis. Hij werd opgevoed door een wijze en vriendelijke leermeester, de Centaur Chiron. De begaafde jongen toonde een warme belangstelling voor de kennis van de geneeskunst en van de geneeskrachtige kruiden. Van de godin Athene had hij twee flesjes bloed gekregen. Het ene flesje was gevuld met bloed van Medusa's linkerzijde; hiermee kon hij de doden tot leven wekken. In het andere flesje bevond zich bloed van Medusa's rechterzijde; wie dit dronk, stierf. Dat flesje werd niet gebruikt. Hades, de heerser van het Rijk der Doden, vond dat Asklepios zijn Rijk zielen ontnam en beklaagde zich bij Zeus. De heerser der goden trof de geneesheer met een bliksem, die hem doodde. Om Apollo te verzoenen, kreeg zijn zoon een plaats aan de hemel.
 

De linker- en de rechtervoet van de Slangendrager

In juli staan de Slangendrager en de Schorpioen bij zonsondergang in het zuiden, in de loop van de avond verdwijnt de Schorpioen onder de horizon. De 'zoon van het licht' duwt met zijn linker voet het 'kruipende gedierte van de duisternis' weg. Op 17 juli staat de wassende maan ‘s avonds rechts van Antares, de helderste ster van de Schorpioen. Kort na middennacht gaan ze onder. De volgende avond staat ze links van Antares, onder de rechter voet van de Slangendrager. In de nacht van 18 op 19 juli snelt de maan langs deze voet.
Omdat zon, planeten en maan zich bij de rechtervoet van de Slangendrager kunnen bevinden, wordt dit beeld het dertiende Dierenriembeeld genoemd. Toen in 1928 de grenzen van de sterrenbeelden bepaald werden, trok men tussen de overgeleverde gestaltes rechte lijnen. Terwijl de linkervoet van de Slangendrager toegewezen werd aan het gebied van de Schorpioen hoorden de linkerkuit en ook de rechtervoet tot het gebied Slangendrager.
 

Kunstmatige, rechtlijnige grenzen

Tegenwoordig gaan sommige berekeningen uit van 13 Dierenriembeelden, andere houden het bij het klassieke getal twaalf. Een voorbeeld. Volgens de Sternkalender (een jaarlijkse publicatie van Verlag am Goetheanum, Zwitserland) komt de maan op 17 juli om 10 uur in de Schorpioen en op 19 juli om 12 uur in de Schutter. Het astronomische software programma Guide 8 berekent dat de maan op 17 juli om 12.34 uur in de Schorpioen komt, dat is ruim twee uur later, op 18 juli om 14.10 uur in de Slangendrager en op 19 juli om 10.05 in de Schutter, dat is twee uur vroeger.
Deze tijden zijn berekend voor Kassel, in Hamburg komt de maan 2 minuten later in de Schorpioen, in Bern 2 minuten vroeger. De maan staat relatief dicht bij de aarde, de locale verschillen zijn zodanig groot dat er eigenlijk geen “universeel tijdstip” is, waarop de maan in een sterrenbeeld komt.

De kunstmatige, rechtlijnige grenzen tussen sterrenbeelden zijn bronnen van verwarring. Het begrip dertiende Dierenriembeeld is een van de vele voorbeelden. We zien een maan die zeer laag staat, ver verwijderd van de kronkelende slang en het bovenlichaam van de Slangendrager, en aan de helderste ster van de Schorpioen voorbijtrekt. Officieel staat de maan echter in de Slangendrager!