Afb. De positie van de wassende maan en de volle maan, de
Paasmaan,
drie kwartier na zonsondergang in maart.
De afbeelding
is er ook in groter formaat.
Dit jaar valt Pasen vroeg, op 27 maart. Op de eerste zondag na het begin van de lente is het Pasen. De Paasdatum zou nog vroeger na de eerste lentedag kunnen plaats vinden. In 2008 valt Paaszondag al op 23 maart en in 2285 krijgt Pasen zijn vroegste datum, 22 maart.
Het Paasfeest komt altijd na de eerste lentedag. In deze tijd van het jaar lengen de dagen snel en de zon is overdag langer zichtbaar aan de hemel dan ‘s nachts verborgen onder de horizon. Het leven van de planten wordt nu door licht en warmte geaktiveerd. Het Paasfeest is het feest van het nieuwe leven, van stijgend zonlicht en vindt altijd op een zondag plaats. Bovendien staan zon en maan op de Paasochtend in een bepaalde verhouding tot elkaar.
Christus stierf toen het Joodse volk hun bevrijding uit Egypte vierden, hun
Pascha-feest begoniin de eerste lente-maand bij het opkomen van de volle maan.
De nieuwe dag begon bij zonsondergang. Nadat de volle maan was opgekomen at
Christus met zijn leerlingen van het geofferde Paaslam en het ongezuurde brood.
De volgende middag stierf hij aan het kruis, hij bevond zich in het midden
tussen de dalende zon en de nog onzichtbare volle maan. Nadat zijn lichaam in
het graf was gelegd, kwam de (bijna) volle maan op en begon de Sabbat.
Op de
eerste ochtend na deze rustdag stond de afnemende maan aan de westelijke hemel.
Deze gaf de vrouwen voldoende licht toen ze voor het aanbreken van de dag naar
zijn graf gingen. Ze zagen dat het graf leeg was. Bij het aanbreken van de
ochtendschemering verbleekte de maan en kort na het opkomen van de zon ging de
gebochelde maan onzichtbaar onder.
Door onderling af te spreken “Pasen valt op de zondag na de eerste volle maan in de lente”
kan er op Paasochtend nooit een verduisterde zon opkomen en staat in de tweede
helft van de nacht de afnemende maan aan de hemel, ‘s ochtends vroeg is er dus
maanlicht. Dit jaar valt volle maan op een vrijdag, zodat op Paaszondag de
afnemende maan ongeveer dezelfde schijngestalte heeft als op de ochtend toen de
vrouwen ontdekten dat het graf leeg was. Andere jaren kan de maan op de
Paasochtend meer of minder oplichten, afhankelijk van het aantal dagen tussen
volle maan en Paaszondag.
In 2005 vallen alle feestdagen die verbonden zijn aan de verrijzenis van
Christus (carnaval, aswoensdag, Palmpasen, witte donderdag, goede vrijdag,
Hemelvaart en Pinksteren) relatief vroeg in het zonnejaar. De wassende maan is
in de weken voor Pasen altijd opvallend aanwezig, dit jaar staat ze bijzonder
gunstig.
Op 11 maart verschijnt bij zonsondergang laag boven de westelijke horizon een
kleine, ragfijne sikkel. Op deze dag staat Mercurius drie graden rechtsboven
haar (kijk vanaf 19 uur). Van de maan licht een klein deel op in het zonlicht.
De volgende avonden is de maan veel verder verwijderd van de ondergaande zon;
een grotere sikkel staat dan aanzienlijk hoger. In deze dagen kun je bovendien
een asgrauwe, zeer zwak oplichtende maanschijf zien. Het donkere deel werd
beleefd als een hostie, de geestelijke zon, die in een zilveren schaal rust.
Op 17 maart staat de halve maan in het zuiden opvallend hoger dan de zon op de
langste dagen van het jaar. In maart beschijft de halve maan altijd een lange
hemelboog, dit jaar heeft ze een extreem hoge positie. Dit hangt samen met het
maanknopenritme. Ze bevindt zich in de Stier en de Tweelingen bijna 5 graden ten
noorden van de zonneweg. In de daaropvolgende week beschrijft de wassende maan
een steeds lagere en kortere hemelboog en gaat ze steeds zuidelijker onder. De
volle maan beschrijft een kleinere hemelboog dan de zon en daarna beschrijft de
afnemende maan nog kortere en lagere hemelbogen.
Elk jaar geldt: In de weken
voor Pasen is de wassende maan sterk aanwezig, in de weken na Pasen laat de
afnemende maan zich nauwelijks zien. Dit jaar is dit verdwijnen van het
maanlicht na Pasen bijzonder goed te ervaren.
De kerkgeleerde Augustinus (omstreeks 400 na Christus) hechtte er veel waarde
aan dat met Pasen de maan afnemend is. Voor hem was de afnemende maan een
gelijkenis van de innerlijke wedergeboorte van de mens. Gedurende de twee weken
waarin de wassende maan zich verwijdert van de zon gaat ze intensiever en langer
schijnen. De afnemende maan daarentegen nadert de zon waarbij haar licht steeds
minder wordt. Augustinus beleefde hieraan: wanneer de mensenlijke ziel al haar
krachten richt op de uiterlijke wereld, wordt haar hoger wezen donker. Keert de
mens echter liefdevol naar de rechtvaardige zon terug, dan wordt de uiterlijke
mens minder belangrijk, terwijl de innerlijke mens kan oplichten.