Elke avond staat ze weer aan de
westelijke hemel. Al bij zonsondergang kun je Venus gewaar worden als een teer
lichtpuntje. Korte tijd later, wanneer de westelijke hemel een warme gloed
krijgt, is zij het enige heldere lichtpunt in het mooiste, meest kleurrijke
gebied van de hemel. Ze staat voor haar doen zeer hoog, je moet je blik omhoog
richten, anders ontgaat ze je. Zoek haar aan de westelijke hemel, linksboven
waar de zon is ondergegaan. Bij het invallen van de duisternis gaat zij steeds
meer oplichten. Wanneer je later op de avond bij een heldere sterrenhemel naar
buiten gaat, wordt je blik naar dat "brutale licht" toe getrokken. Ze is
dalende, komt steeds dichter bij de horizon en verdwijnt laat op de avond achter
de bomen en gebouwen.
Elke avond weer speelt zich dit
tafereel af. Wanneer je haar steeds vanaf dezelfde plek gadeslaat, valt het op
dat ze van dag tot dag aanzienlijk meer naar rechts zichtbaar wordt en opvallend
veel noordelijker ondergaat dan de zon.
De zon gaat eind maart bijna een
uur later onder dan begin maart (op 1-3 om 18.17 uur en op 31-3 om 19.11 uur
wintertijd), Venus ruim een uur later (resp. om 22.34 uur en 23.53 uur). De
afbeelding geeft de situatie weer als de zon 6° onder de horizon staat, ongeveer
een half uur na zonsondergang. De afbeelding is te bekijken in
grotere formaten.
Bron: Sterrengids 2004, een uitgave van Stichting de Koepel, Utrecht
Venus blijft in maart en april ruim vier uur
zichtbaar. Dat is voor haar doen zeer lang!
Haar afstand tot de zon wordt tot 29 maart geleidelijk nog iets groter (maximaal 46°). In april begint ze hem weer te naderen. Wat eigen is aan deze tijd van het jaar, de zon maakt een steeds langere hemelboog en gaat steeds noordelijker onder, laat Venus ook zien. Je zou kunnen zeggen "ze volgt de zon in zijn opstijgende beweging, ze luistert goed naar de zon". Venus toont echter aanzienlijk meer afwisseling, haar gang verandert met meer tempo.
Eens in de acht jaar is Venus uitzonderlijk goed te zien als avondplaneet; dat is dit jaar het geval. In het begin van de lente heeft ze haar grootste hoekafstand tot de zon. Een grote afstand tot de zon zegt echter nog lang niet alles over de duur van haar zichtbaarheid. In onze gebieden kan het voorkomen dat ze haar grootste hoekafstand tot de zon heeft en toch maar heel even te zien is. Dit klinkt onlogisch. Ja, Venus laat zich niet simpel verklaren.
Ze beschrijft als avondplaneet hemelbogen die de zon pas in de komende tijd zal doorlopen. In maart beschrijft ze al zulke hoge en lange hemelbogen als de zon over anderhalve maand. Eind maart gaat ze al zo noordelijk onder als de zon op de langste dagen van het jaar. Zou de avondplaneet echter in september maximaal verwijderd zijn van de zon, dan zou ze slechts zo'n kleine en lage hemelboog doorlopen als de zon in december en maar even te zien zijn. Eens in de acht jaren bereikt Venus in het begin van de lente haar grootste verwijdering tot de ondergaande zon. Deze periodes van avondzichtbaarheid (2004, 2012, 2020) zijn de beste.
Deze keer lijkt de gang van
Mercurius sterk op die Venus. Hij staat ook steeds meer naar rechts. Zoek hem
een half uur na zonsondergang, rechtsonder Venus. Deze schemeringsplaneet is
lang niet zo helder als haar en omdat hij bovendien daar staat waar de hemel
aanzienlijk lichter is, valt hij minder op. Mercurius beweegt net als Venus met
de zon mee. Maar: zijn zichtbaarheidsperiode duurt veel korter, hij begint op
zijn helderst en zijn lichtsterkte neemt snel af. Vergelijk het begin en het
einde van zijn zichtbaarheidsperiode, ongeveer op 21 maart en 5 april.
Op 22
maart staat Mercurius rechtsonder de maansikkel, een fraai gezicht.
Mercurius bereikt zeer snel na het begin van zijn zichtbaarheidsperiode al zijn grootste hoekafstand tot de zon. Op 29 maart bevindt hij zich op bijna 19° afstand. Op deze dag staan zowel Venus als Mercurius voor hun doen extreem hoog aan de hemel. Ze hebben op dezelfde dag hun top-dag!