Home

Babylonische oorsprong van de namen van de sterrenbeelden

De Babyloniërs keken tijdens de schemering naar het onder- en opgaande sterrenbeeld.

Het groepje sterren dat we de Plejaden noemen, kreeg de naam MUL.MUL, letterlijk vertaald ster.ster. Deze sterretjes, die zo dicht bij elkaar staan, zijn gemakkelijk te herkennen! Ook in andere oude culturen werd dit groepje als eerste beschreven - benoemd.

De sterren die in de tweede lentemaand (eind april en begin mei) aan de oostelijke ochtendhemel zichtbaar werden, werden genoemd naar hun god Stier, een krachtige Stiermens

De sterren, die een half jaar later, in de tweede herfstmaand zichtbaar werden, werden genoemd naar de god Schorpioen. Wanneer de Stier onderging, kwam de Schorpioen op.

De reeks sterrenbeelden (zie menu) begint dan ook met MUL.MUL en de Schorpioen.

Griekse gestalten

De Babylonische namen werden door de Grieken overgenomen. Zij hebben de Babylonische "sterrenbeelden-Goden" aan de hemel concrete gestaltes gegeven, zie de artikelen bij "Sterrenbeelden - Sternbilder"

De Grieken keken heel anders naar de hemel dan de Babyloniers. Ze vroegen zich af welke sterren tot de ene groep (bijv. Leeuw) hoorden, en welke tot het later opkomende beeld (de Maagd). De Griekse kennis van de sterrenbeelden heeft zich in de laatste vijf eeuwen voor Christus' geboorte en de eerste twee eeuwen een grote ontwikking doorlopen. Opvallend is, hoe weinig kennis van de Babylonische oorsprong van de namen van de sterrenbeelden bij hen bekend was.

Pas na Eratosthenes worden de oude Griekse mythologische verhalen met de sterrenhemel verbonden!


De atlas van Farense stamt
waarschijnlijk
uit de Romeinse tijd (misschien tweede eeuw n. Chr.).
Zie ook de uitgebreide geschiedkundige website
van G. Thompson

http://members.westnet.com.au/gary-david-thompson/page11-15.html


Die griechischen Dichter Hesiod und Homer erwähnten einige Sterne und Sterbilder (Plejaden, Orion, Sirius).

Im berühmten griechischen Lehrgedicht über die Stern- und Wetterzeichen, den Phainomena des Aratos (etwa 250 v.Chr.) sind die Sternbilder kurz beschrieben.

Der große Astronom Hipparch (190‒120 v. Chr.):
Der Mensch aus entschwundener Vorzeit
(Einer der Menschen, die nicht mehr sind)
hatte die Sternbilder künstlerisch gut gestaltet.

Die Grieche Aratos und Hipparch hielten die Sternbilder für die Arbeit eines Erfinders aus alten Zeiten. Dieser Mensch hätte die ganz vielen Sterne nicht benennen können. Manche sehen ja in Helligkeit und Farbe ähnlich aus, und sie kreisen zudem noch. Er hatte die Idee gefasst, deutliche Gestalten zu bilden und diesen einen Namen zu verleihen. Die einzelnen Sterne ließen sich in die klaren Bilder einfügen, und so gelang es ihm auch, diese zu benennen.

Hipparch schrieb dazu, dass die Sternbilder für unseren Standort gestaltet seien, denn sie bieten ja eine Profilansicht. Ihre Gestalt sei zudem "auch vom künstlerischen Standpunkte durchaus gerechtfertigt und angemessen."

* Siehe die Website www.wilbourhall.org (Namas Te) für die Quelle:
Hipparchi in Aratum et Eudoxi Phaenonena Commentariorum Libri Tres
The Commentary of Hipparchus on the Phaenomena of Aratus and Eudoxus in Three Books].
Manitius. Greek with German translation. Teubner. 1894.
Het zeldzame document is op deze rijk gedocumenteerde website in zijn geheel beschikbaar (zoek bij Hipparchus).

Der Grieche Eratosthenes schrieb etwa zur gleichen Zeit wie Aratos Sternsagen (Katasterismoi). Eratosthenes griff auf dem Tragödiendichter Aischylos (525-456 v. Chr.) zurück.


In het Himmelskundebuch wordt het leren waarnemen en benoemen van de sterrenbeelden in de Babylonische en Griekse cultuur uitvoerig toegelicht.

Een beknopte versie van de Duitse tekst: geschbeelden2.pdf

Einleitung geschichtliche Betrachtung über Namen und Gestalten der Sternbilder

Rezension Geschichtliche Betrachtung (in: Himmelskunde

Share on FacebookShare on TwitterShare on LinkedInTell a friend

© Stichting Een Klaar Zicht 1995-2017

 

naar bovencontact  ·  home